Wikia


10,5-cm Flak 38/39
FL38
Type Luchtdoelgeschut
Land van herkomst Duitsland
Bouwfirma Rheinmetall
Ontwerp Rheinmetall
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1933-1935 / 1936-1945 / 1937-1962
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / lengte loop) 10,31 m. /6,65 m.
Gewicht 10.240 kg. / Transportgereed: 14.600 kg.
Kaliber 105-mm
Mondingssnelheid 880 m/sec.
Vuursnelheid 15-18 per minuut
Aanvoer semi-automatisch
Munitie 105 × 769 mm R
Elevatie -8 - +90°
Traverse 360°
Plafond 12.800 m.
Gebouwd +/- 4200
Gebruik (Landen) Frankrijk, Duitsland, Joegoslavië

Al in 1933 onderkenden de Duitse militaire planners de behoefte aan luchtdoelgeschut van zwaarder kaliber dan de 8,8-cm Flak 41 serie. Rheinmetall en Krupp kregen allebei het verzoek om kandidaten te leveren voor een schietwedstrijd voor 10,5-cm geschut in 1935. Rheinmetall won en kreeg een contract voor de Gerät 38, die vervolgens in productie ging onder de aanduiding 10,5-cm Flak 38. Dit model had een elektrisch bedieningssysteem en een bekrachtigd laadsysteem, maar werd op de productielijn al spoedig vervangen door de 10,5-cm Flak 39 met een gewijzigd elektrisch en vuurleidingdatasysteem.

Beide 10,5-cm Flak wapens waren bedoeld voor de Duitse legers te velde, maar uiteindelijk werden ze bijna allemaal gebruikt voor de verdediging van nazi-Duitsland. De Flak 38 en Flak 39 leken op opgepompte Flak 18's, maar de detailverschillen waren aanzienlijk. Beide wapens waren uitermate zwaar en complex, mede door het gebruik van een gesegmenteerde loop. Dat was gedaan om na het vuren snel het versleten deel van de loop te kunnen vervangen. In de praktijk presteerden de kanonnen echter nauwelijks beter dan de 8,8-cm Flak 41 serie. Op zeker moment werd zelfs overwogen om ze op de productielijn te vervangen door de 8,8-cm Flak 41, hoewel dat uiteindelijk nooit gebeurd is. De productie van de Flak 41 verliep dermate traag dat de 10,5-cm Flak in productie werd gehouden. Toen de oorlog ten einde was, waren er nog steeds 1850 operationeel, waarvan de meeste binnen de grenzen van het Duitse rijk stonden.

De Flak 38 en Flak 39 waren bedoeld als veldwapens, maar waren te zwaar voor die rol. Ze stonden op een verstevigde versie van het twee-assige onderstel van de 8,8-cm Flak serie, maar zelfs met de opgebouwde lieren en kabelsystemen waren de kanonnen uiterst ùoeizaam in stelling te brengen. Veel kanonnen werden in statische opstellingen geplaatst. Er werden 116 stuks op speciale Flak-spoorwagons geplaatst die snel door Duitsland verplaatst konden worden. Elk kanon had een bemanning van een commandant en negen manschappen, maar voor het handmatig laden waren er nog twee man extra vereist.

De 10,5-cm Flak serie verwierf nooit de roem van de 8,8-cm Flak serie, voornamelijk omdat het wapen niet intensief op het slagveld werd gebruikt en omdat het door zijn gewicht en omvang zelden als antitankwapen werd gebruikt. Over de hele lijn presteerde het wapen niet zo goed als was gehoopt. Er werd veel ontwikkelingswerk gestoken in een wapen dat 10,5-cm Flak 40 heette en dat een langere loop zou krijgen voor zwaardere projectielen, maar de 10,5-cm Flak kanonnen werden nooit in dezelfde mate als andere kanonnen doorontwikkeld. De productie duurde onopvallend voort zolang de oorlog duurde.