Wikia


Admiral Hipper klasse
BC

Blücher

Type Zware kruiser
Land van herkomst Duitsland
Bouwfirma Blohm & Voss, Hamburg / Deutsche Werke, Kiel / Friedrich Krupp Germaniawerft, Kiel / Deutsche Schiff- und Maschinenbau, Bremen
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1935-1937 / 1937-1939 / 1939-1940
Gebruiker(s) Kriegsmarine
Specificatie (Prinz Eugen)

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 210,40 m. / 21,9 m. / 7,9 m.
Bepantsering Romp: 70-80 mm. / Dek: 12-50 mm. / Torens: 70-105 mm.
Bewapening 8x 20.3 cm SK C/34 kanons, 10x 10.5 cm (4.1 in) SK C/33 (FlaK 38) luchtdoelgeschut, 12x 3.7 cm SK C/30 luchtdoelgeschut, 8x 20-mm Flak 30/38 luchtdoelgeschut, 12x 533-mm torpedobuizen.
Vliegtuigen 3x Arado Ar 196
Voortstuwing 3x Blohm & Voss stoomturbines met Brown Boveri reductiekasten, van 98.430 kW (132.000 as-pk) naar drie schroeven.
Waterverplaatsing 14.475 ton standaard, 18.400 ton volbeladen
Snelheid/Bereik 33,4 knp. /
Bemanning 42 officieren en 1340 zeelieden.
Einde Zie tabel

Toen Duitsland tegen het einde van de jaren 1930 eindelijk overging tot het bouwen van zware kruisers, werden dat conventionele schepen, waarin geen ervaringen met de Deutschland klasse Panzerschiffe waren verwerkt. De naamgever van de Hipper klasse, de Admiral Hipper, werd in februari 1937 te water gelaten nadat verscheidene vlootverdragen waren verjaard, en was qua waterverplaatsing vergelijkbaar met de zware Japanse kruisers. De hoofdbatterij bestond echter slechts uit 8-inch kanons, wat ruimte bood om zwaardere bepantsering aan te brengen.

De Admiral Hipper was het bekendste schip uit zijn klasse. Het schip was actief in de Noorse campagne van 1940, maar werd bij die gelegenheid geramd door de Britse destroyer HMS Glowworm, waarmee hij in gevecht was. In 1940/41 werd het schip korte tijd op de Atlantische Oceaan ingezet als raider, maar de schepen uit deze klasse waren gebouwd als 'sprinters' en hadden onvoldoende actieradius voor langdurige operaties. Het schip ging naar Noorwegen en was daar ten dele verantwoordelijk voor het rampzalig verlopen konvooi PQ 17 in juli 1942. Op de laatste dag van het jaar viel de kruiser samen met het vestzakslagschip Lützow het konvooi JW 51B bij de Noordkaap aan. De overtroefde Britse destroyerescorte hield de Duitsers drie uur lang op een afstand tot een kruisermacht ten tonele verscheen. Hitlers reactie op deze beschamende vertoning was een order om alle zware vlooteenheden te ontbinden. Dat heeft de Hipper vermoedelijk gered, en het schip viel in 1945 in geallieerde handen.

Ook de Prinz Eugen overleefde de oorlog. Dit schip werd vooral bekend als metgezel van de Bismarck in mei 1941 en later als escorte voor de slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau toen die vanuit Brest door Het Kanaal naar uitsland ontkwamen.

De Blücher werd in april 1940 door Noorse kustbatterijen tot zinken gebracht tijdens de invasie van dat land.

Eveneens in 1940 werd de ten dele voltooide Lützow aan de Sovjet-Unie verkocht (waarmee de naam vrijkwam, zodat de Deutchland kon worden omgedoopt).

De Seydlitz, die zou worden omgebouwd tot vliegdekschip, werd nooit voltooid. De Hipper klasse was te groot en werd voortdurend geplaagd door problemen met de onbetrouwbare machines, en geldt als een van de minder geslaagde kruiserontwerpen uit de oorlog.

De boten

  • Admiral Hipper: Gebouwd bij Blohm & Voss te Hamburg, gezonken tijdens een luchtaanval op 3 mei 1945, later weer vlot gemaakt en verschroot te Kiel.
  • Blücher: Gebouwd bij Deutsche Werke te Kiel, door Noorse kustbatterijen tot zinken gebracht tijdens de invasie van Noorwegen op 9 april 1940.
  • Prinz Eugen: Gebouwd bij Friedrich Krupp Germaniawerft te Kiel, tot zinken gebracht nabij het Kwajalein Atol, tijdens nucleare tests op 22 december 1946.
  • Seydlitz: Gebouwd bij Deutsche Schiff- und Maschinenbau te Bremen, onvoltooid tot zinken gebracht op 29 januari 1945.
  • Lützow: Gebouwd bij Deutsche Schiff- und Maschinenbau te Bremen, onvoltooid verkocht in 1940 aan de Sovjet-Unie als Petropavlovsk.