Wikia


De eerste Amerikaanse vlammenwerpertank werd in 1940 gebouwd. Medio 1940 werd de Flame Projector E2 op een M2 Light Tank aan Amerikaanse cavalerieofficieren getoond. Ze waren niet onder de indruk en het project leed schipbreuk. Kort daarop leefde de belangstelling op, maar tegen die tijd moest de Chemical Warfare Service van voren af aan beginnen. Het eerste project was de Flame Projector E3 met pompbediening in de koepel van een Medium Tank M3. Het pompsysteem onderbrak de vuurstraal, wat een nadelig effect had op de effectiviteit en het bereik. Toen de pomp werd vervangen door een systeem met drijfgas, was het probleem verholpen.

Een ander programma om snel een inzetbaar wapen te krijgen, had de aanduiding Q (Quickie, vluggertje). Van Canada werd het Brits/-Canadese Ronson systeem betrokken, maar de eerste tests werden uitgevoerd met trucks omdat er geen tanks beschikbaar waren. Voor het Q-project werd een installatie ontwikkeld die in de koepel van een M5 Stuart lichte tank kon worden ingebouwd, maar het programma liep grote vertraging op omdat die tank niet beschikbaar werd gesteld. Pas begin 1945 waren de eerste Q-systemen, tegen die tijd aangeduid als M5-4, inzetbaar. Vier ervan werden op de Filippijnen ingezet.

M4

Een Sherman M4A4 Crocodile, door de Britten geconverteerd voor de Amerikanen, de trailer was identiek aan deze van de Churchill Crocodile

Terwijl in de VS het trage ontwikkelingswerk plaatsvond, werkten troepen op Hawaï op eigen initiatief aan een bruikbaar systeem. Ze vervingen de kanonnen van verouderde M3A1 lichte tanks door vlammenwerpers op basis van het Ronson-systeem en gaven de tanks de naam Satan. De Satan gebruikte samengeperst kooldioxide als drijfgas en gaf vuurstoten met verdikte brandstof met een bereik van 73 meter. Elk voertuig bevatte 773 liter brandstof. De eerste productieserie van de Satan omvatte 24 stuks, die in juni 1944 op Saipan in actie kwamen.

Vanwage het succes van de Satan eisten commandanten een soortgelijke installatie voor de M4 Sherman. De Ronson 'flame projectors' werden ingebouwd in oude 75-mm tanklopen. De nieuwe tankversie, die officieel te boek stond als de POA-CWS '75' H-1 (de H stond voor Hawaï), werd tijdens de operatie op de Ryukyu-eilanden ingezet. Het type werd later in een speciale variant gebruikt op Okinawa om Japanners uit de diepe grotten te verdrijven.

Beide types vlammenwerper vervingen de standaard bewapening van de tank, iets wat de 'tankies' niet zinde omdat ze ook graag een krachtige defensieve bewapening wilden handhaven. Er was al geprobeerd om een vlammenwerper naast het hoofdgeschut van de M' te installeren en uiteindelijk werden er enige M4's met 75-mm kanonnen een coaxiale vlammenwerpers operationeel, maar het systeem vond weinig ingang vanwege een gebrek aan reserve-onderdelen.

M4A3R3

Een Sherman M4A3R3 van de USMC, uitgerust met een POA-CWS H1 vlammenwerper, tijdens de Slag om Iwo Jima.

Andere vroege pogingen om draagbare vlammenwerpers in lichte tanks mee te nemen die door openingen in de voorkant konden vuren, hadden niet veel succes. In oktober 1943 werd de Chemical Warfare Service gevraagd om een vlammenwerper te ontwikkelen die in plaats van de voorste mitrailleur van de M3, M4 en M5 tank kon worden ingebouwd, zodanig dat eventueel de mitrailleur kon worden teruggeplaatst. Er werden 1784 van deze M3-4-5 vlammenwerpers geproduceerd voor installatie in M4 tanks. Voor de M3 en M5 werden 300 E5R2-M3 vlammenwerpers gemaakt. Veel van deze wapens werden in Europa en in het Stille Oceaangebied ingezet.

Veel tankcommandanten offerden niet graag hun voorste mitrailleur op en daarom werd ook een installatie ontwikkeld die op de koepel naast de commandantperiscoop kon worden geplaatst. Eén daarvan, de M3-4-E6R3, werd in productie genomen, maar kwam te laat om een rol in de oorlog te spelen.

Opnieuw wachtten de troepen op Hawaï de komst van wapens uit Amerika niet af en ontwikkelden hun eigen vlammenwerpers. Ditmaal gebruikten ze de M1A1 draagbare vlammenwerper als uitgangspunt voor de ontwikkeling van een wapen dat in plaats van de voorste mitrailleur van een M4 tank kon worden geplaatst. Er werden zo'n 176 van deze conversies gemaakt voor de campagnes op Iwo Jima en Okinawa, maar ze werden weinig gebruikt omdat de troepen de voorkeur gaven aan vlammenwerpers op de koepels van verder normale M4 tanks.

De M5-4 was een Q-project vlammenwerper die werd geïnstalleerd in het LVT 4 amfibievaartuig. Zes daarvan werden op Peleliu ingezet, maar het voertuig bleek niet erg geschikt voor de vlammenwerper. Ze waren op zich zeer effectief, maar de LVT 4 was te licht gepantserd voor een pure aanvalstaak.

Links