Wikia


Armstrong Whitworth A.W.38 Whitley
MKV.jpg

Armstrong Whitley MK V

Type

Middelzware lange-afstands bommenwerper

Land van herkomst

Groot-Brittannië
Bouwfirma Armstrong Whitworth Aircraft
Ontwerp John Lloyd
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 1936 / 1937 / 1937-1946
Gebruiker(s) Royal Air Force
Specificatie: MK V

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 21,49 m. / 25,60 m. / 4,57 m. / 105,63 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 8777 kg. / 15.195 kg.
Motor(en) 2x Rolls-Royce Merlin X vloeistofgekoelde V12 lijnmotoren van 854 kW (1145 pk.)
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 370 km/u / 7925 m. / 2414 km.
Bewapening 4x .303 M1919 Browning machinegeweren in de staartkoepel, 1x .303 in (7.7 mm) Vickers K machinegeweren, 3175 kg aan bommen.
Bemanning 5
Gebouwd 1814
Gebruik (Landen) Groot-Brittannië

De Armstrong Whitworth A.W.38 Whitley werd ontworpen naar specificatie B.3/4 van het ministerie van Luchtvaart, die in juli 1934 werd uitgegeven. Dit toestel was het meest gebouwde ontwerp van deze fabriek met een totaal van 1814 stuks. Het week ook af van de stalen buisconstructie, die bij Armstrong Whitworth gebruikelijk was, de romp van de Whitley was een zelfdragende schaalconstructie van licht metaal.

De produktie werd goedgekeurd toen het toestel nog in het ontwikkelingstadium verkeerde. In augustus 1935 werd een order geplaatst voor 80 exemplaren. Op 17 maart 1936 vloog Alan Campbell-Orde het eerste prototype op Whitley Abbey, de twee Armstrong Siddeley Tiger X motoren dreven driebladige De Havilland propellers met verstelbare spoed aan, die toen nieuw waren. Een tweede prototype dat gebouwd was naar specificatie B.21/35 was voorzien van de krachtiger Tiger XI motoren en werd op 24 februari 1937 gevlogen door Charles Turner Hughes. In de herfst van 1936 vonden proefnemingen plaats bij de Aircraft and Armament Experimental Establishment op Martlesham Heath en de eerste Whitley Mk.I's van de produktieserie werden in het begin van 1937 afgeleverd, hierbij was ook het tweede vliegtuig dat op 9 maart naar RAF Dishforth werd gevlogen voor No.10 Squadron. Vierendertig Mk.I's werden gebouwd voordat de Whitley Mk.II werd geintroduceerd. Deze versie had Tiger VII motoren met een tweespoeds turbocompressor, de eerste die op een vliegtuig van de RAF werden toegepast, de eerste order voor 80 stuks werd afgemaakt met 46 Mk.I's.

Whitley Mk.I's en Mk.II's hadden handbediende mitrailleurskoepels van Armstrong Whitworth in de neus en in de staart, die elk waren voorzien van een Vickers machinegeweer van 7,7-mm. Maar bij de Whitley Mk.III was de neuskoepel vervangen door een machinaal aangedreven koepel van Nash and Thompson en er werd een intrekbare buikkoepel met twee Browning machinegeweren van .303 inch aan toegevoegd. De 80 Whitley Mk.III's hadden ook gewijzigde bommenruimen zodat er grotere bommen in konden.

De variant van de Whitley die verreweg het meest werd gebouwd, was de met de Rolls-Royce motoren. Een Whitley I werd voorzien van Merlin II's en maakte op 11 februari 1938 een testvlucht op Huckhall, maar de tweede vlucht werd door motorstoring vroegtijdig afgebroken. Het programma werd echter snel weer voortgezet en tijdens de maanden april en mei voerden deze toestelen proefvluchten uit op Martlesham Heath. 

Merlin IV's van 768 kW (1030 pk) werden aangebracht in Whitley Mk.IV's van de produktieserie waarvan de eerste vloog op 5 april 1939. Andere veranderingen die in deze versie werden aangebracht waren een machinaal aangedreven koepel van Nash and Thompson in de staart, met vier Browning machinegeweren van 0.303 inch. Een paneel van glas was in het onderste deel van de neus aangebracht om de bommenrichter een beter uitzicht te geven. Ook werden twee extra brandstoftanks in de vleugels aangebracht, waardoor de totale capaciteit op 3205 liter kwam. In totaal werden er 33 gebouwd, samen met zeven Whitley Mk.IVA's die Merlin X motoren hadden van 854 kW (1145 pk). Deze zelfde motoren waren ook in de Whitley Mk.V aangebracht die een aantal verbeteringen introduceerde. De meest opvallende waren de gewijzigde kielvlakken die een rechte voorrand hadden en de verlenging van het achterste deel van de romp met 0,38 m., zodat de staartschutter en groter schootsveld had. Ontijzingspanelen van rubber werden op de vleugelvoorrand aangebracht en de brandstofcapaciteit werd vergroot naar 3805 liter, of 4405 liter wanneer extra tanks in het bommenruim werden geplaatst. In totaal werden er 1466 van gebouwd.

De Whitley Mk VI was en geplande versie met Pratt & Whitney motoren die in studie werd genomen voor het geval er een tekort aan Merlinmotoren zou ontstaan. Deze versie werd echter niet gebouwd en de laatste die in produktie werd genomen was de Whitley Mk.VII die in feite en Mk.V was met extra brandstoftanks in het bommenruim en in het achterste deel van de romp zodat de totale capaciteit op 5001 liter kwam. Hierdoor werd het bereik vergroot tot 2700 km. voor maritieme patroullevluchten. Van buiten was de Mk.VII te onderscheiden door de antennes van de ASW Mk.I lucht-grondradar die op de rug waren aangebracht. Er werden er 146 van gebouwd en sommige Mk.V's werden tot Mk.VII omgebouwd.

No. 10 Squadron op RAF Dishforth was het eerste squadron dat de Whitley kreeg. Deze verving in maart 1937 de Handley Page Heyford. De Squadrons No.51, en 58 op RAF Leaconfield volgden al gauw en in de nacht van 3 september 1939 voerden 10 Whitley's van deze twee squadrons een propagandavlucht uit boven Bremen, Hamburg en het Roergebied. Iets minder dan een maand later, in de nacht van 1 oktober voerde No.10 Squadron een zelfde vlucht uit boven Berlijn. De eerste bommen werden op Berlijn gedropt tijdens de nacht van 25 augustus 1940 door de Squadrons No. 51 en 78 met Whitley's. Om de toetreding van Italië tot de oorlog te markeren, kregen 36 Whitley's die afkomstig waren van de Squadrons No. 10, 51, 58, 77 en 102 de opdracht om in de nacht van 11 juni 1940 Genua en Turijn te bombarderen. Slechts 13 toestellen bereikten hun doel door het slechte weer en door motorstoringen.

De Whitley werd in april 1942 uit Bomber Command teruggetrokken, de laatste operatie was in de nacht van 29 april uitgevoerd tegen Oostende. Toch vlogen nog enkele toestellen van operationale trainingseenheden mee met de aanval op Keulen, die in de nacht van 30 mei 1942 met 1000 bommenwerpers werd uitgevoerd.

De associatie voor Coastal Command met de Whitley begon in september 1939 toen No.58 Squadron werd overgeplaatst naar Boscombe Down, om onderzeebootbestrijdingsoperaties uit te voeren in het Kanaal. Dit duurde tot februari 1940, toen deze eenheid weer bij Bomber Command werd gevoegd. Maar in 1942 begon zij weer met het uitvoeren van patroullevluchten waarbij zij vluchten uitvoerden boven de westkust vanaf St. Eval en Stornoway. Andere eenheden die op dat moment dezelfde taak uitvoerden waren de Squadrons No. 51 en 77, dit laatste opereerde in het gebied van de Golf van Biskaje.

Whitley Mk.V's vervingen in de herfst van 1940 de Avro Anson van No. 502 Squadron op RAF Aldergrove en een tweede eenheid van Coastal Command die was uitgerust met de Whitley werd in ei 1940 geformeerd.

De Mk.V's werden vervangen door de Mk.VII die was uitgerust met de ASW Mk II en een toestel van No. 205 Squadron bracht op 30 november 1941 als eerste van dit type in de Golf van Biskaje een Duitse onderzeboot, de U 206, tot zinken. Whistley's werden ook gebruikt bij de No. 1 Parachute Training School in Ringway, Manchester en zij werden aangepast om zweefvliegtuigen te slepen. Daarvoor waren zij geplaatst bij de No. 21 Glider Conversion Unit op Brize Norton voor het trainen van sleeppiloten. Bij de aanval met parachutisten op de Duitse radarpost in Bruneval werd gebruik van Whitley's van No. 51 Squadron en de vliegtuigen van de eenheden van speciale opdrachten op RAF Tempsford (de Squadrons No. 138 en 161) voerden vele vluchten uit, waarbij zij agenten boven bezet gebied afwerpen en verzetsbewegingen voorzagen van wapens en uitrusting. Vijftien Whitley Mk. V's werden in mei 1942 aan de BOAC overgedragen en ontdaan van hun bewapening, maar met extra brandstoftanks in het bommenruim vlogen de toestellen regelmatig van Gibraltar naar Malta om het belegerde eiland te bevoorraden.

VariantenEdit

  • Mk. I: Uitgerust met twee Armstrong Siddeley Tiger IX stermotoren van 593 kW (795 pk.), 34 gebouwd.
  • Mk. II: Uitgerust met twee tweesnelheden supercharged Tiger VIII motor van 690 kW (920 k.), 46 gebouwd.
  • Mk. III: Uitgerust met twee Tiger VIII motoren, een intrekbare dustbin toren met twee .303 in (7.7 mm) machinegeweren, hydraulische bommendeuren en uitgerust om grotere bommen te laden, 80 gebouwd.
  • Mk. IV: Uitgerust met twee Rolls-Royce Merlin IV luchtgekoelde lijnmotoren van 770 kw (1030 pk.), grotere brandstofvoorraad, 33 gebouwd.
  • Mk.IVA: Uitgerust met twee Merlin X motoren van 854 kW (1145 pk.), 8 gebouwd.
  • Mk. V: Uitgerust met gewijzigde kielvlakken die een rechte voorrand hadden en verlenging van het achterste deel van de romp met 0,38 m., zodat de staartschutter en groter schootsveld had. Ontijzingspanelen van rubber en de brandstofcapaciteit werd vergroot naar 3805 liter, of 4405 liter wanneer extra tanks in het bommenruim werden geplaatst. Belangrijkste versie, 1466 gebouwd.
  • Mk. VI: Zou uitgerust worden met Pratt & Whitney of Merlin XX motoren, nooit gebouwd.
  • Mk. VII: Versie voor Coastal Command, was in feite een Mk.V met extra brandstoftanks in het bommenruim en in het achterste deel van de romp zodat de totale capaciteit op 5001 liter kwam. Hierdoor werd het bereik vergroot tot 2700 km. voor maritieme patroullevluchten. Van buiten was de Mk.VII te onderscheiden door de antennes van de ASW Mk.I lucht-grondradar die op de rug waren aangebracht, 146 gebouwd, sommige Mk.V's werden tot Mk.VII omgebouwd.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki