Wikia


Bristol Blenheim B.Mk IV
Brblenheim.jpg

Type

Lichte bommenwerper / nachtjager

Land van herkomst

Groot-Brittannië
Bouwfirma Bristol Aeroplane Company
Ontwerp Frank Barnwell
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 12 april 1935 / 1937 / 1944 (GB), 1956 (Finland)
Gebruiker(s) Royal Air Force, Royal Canadian Air Force, Finnish Air Force, Royal Yugoslav Air Force
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 13 m / 17,2 m / 3 m / 43,6 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 4445 kg /6537 kg
Motor(en) 2x Bristol Mercury XV stermotoren van 686 kW (920 pk)
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) Max. snelheid: 428 km/u, Kruissnelheid:318 km/u / 8300 m / 2340 km
Bewapening 1x 7,7-mm Browning mitrailleur in de rechtervleugel, 1x 7,7-mm Browning mitrailleur in een Dorsalkoepel op de romp, 1x (of 2) 7,7-mm Browning mitrailleurs in de neus of in een koepel onderaan de neus / 540 kg aan bommen in de romp en extern.
Bemanning 3
Gebouwd 4422
Gebruik (Landen) Australië, Canada, Kroatië, Finland, Frankrijk, Griekenland, Indië, Nieuw-Zeeland, Portugal, Roemenië, Zuid-Afrika, Turkije, Groot-Brittannië, Joegoslavië

De Bristol Type 142 maakte zijn eerste vlucht op 12 april 1935. Het was een snel tweemotorig transportvliegtuig, dat ontworpen was op verzoek van krantenmagnaat Lord Ruthermere. De prestaties van het toestel waren zo opzienbarend dat de Type 142 - en later Type 142M (Military) - aangepast werd tot lichte bommenwerper onder specificatie B.28/35 van het Air Ministry. Het resultaat was de Bristol Blenheim Mk I, die direct vanaf de tekentafel besteld werd. De eerste exemplaren gingen in maart 1937 naar No.114 Sqadron in Wyton. Ten tijde van de crisis van München in september 1938 vloog de Blenheim Mk I bij zestien squadrons van Nos één, twee en vijf Bomber Groups van het Bomber Command. Al in januari 1938 werd de Blenheim Mk I in gebruik genomen bij No.30 Squadron in Habbaniya, Irak. Begin 1939 werden andere Blenheim Mk I's in Indië gestationeerd. De Blenheim Mk I had twee 626-kW Bristol Mercury VIII stermotoren.  Zijn lichte bewapening bestond uit een 7,7-cm machinegeweer in de vleugel en een handmatig te bedienen 7,7-cm Vickers K machinegeweer in de rugkoepel. Er kon Duizend pond aan bommen worden meegevoerd. Avro, Bristol en Rootes produceerden in totaal 1365 Blenheim Mk I bommenwerpers. Het Finse bedrijf VLT bouwde er 45 onder licentie en het Joegoslavische Ikarus zestien. De Blenheim Mk I, met zijn karakteristieke korte neus en rijk beglaasde cockpit, werd door de RAF ingezet in Griekenland, Maleisië en Noord-Afrika, daarnaast uiteraard ook in Groot-Brittannië.

Latere versiesEdit

De belangrijkste productievariant was de Blenheim Mk IV met zijn twee sterka Mercury XV stermotoren en een langere, asymmetrische neus. Van dit type werden er 3286 gebouwd. De Blenheim Mk IV vloog tijdens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939, bij zeven squadrons van No.2 Bomber Group. De bewapening was aangevuld met twee 7,7-cm machinegeweren in een Bristol of Dorsal geschutskoepel op de rug. Ook kon een achterwaarts gerichte geschutskoepel met een dubbel machinegeweer onder de neus geïnstalleerd worden met een periscoopvizier. De Blenheim Mk IV's schreven geschiedenis in de eerste oorlogsdagen. Op 3 september was luitenant A. McPhersons Blenheim Mk IV van No. 139 Squadron het eerste RAF-toestel dat sinds de oorlogsverklaring het Duitse luchtruim binnenvloog. Hierbij fotografeerde hij de schepen voor de kust bij Wilhelmshaven. De dag erna voerden Blenheim Mk IV's van No. 107 en 110 Squadron de eerste aanvallen van Bomber Command uit. De eerste vernietiging van een U-boot door de RAF vond plaats op 11 maart 1940 door een Mk IV van No. 82 Squadron. Aan de stuurknuppel van dit toestel zat majoor M.V. Delap. De Mk IV's werden veelvuldig ingezet boven Frankrijk, voor de Noorse kust, Duitsland, Griekenland, Kreta, Noord-Afrika, Indië, Maleisië en Sumatra. In augustus 1942 werden de toestellen niet meer gebruikt.

De laatste in Engeland gebouwde versie van de Blenheim was de Mk V. Daarvan werden ruim 940 exemplaren geproduceerd, merendeels voor tropische omstandigheden aangepaste Mk VD versies. Deze toestellen moesten in Noord-Afrika de grondtroepen van het Britse 8e Leger ondersteunen. Omdat de Blenheims absoluut niet tegen de Duitse Messerschmitt Bf 109's opgewassen waren, werden ze al gauw door Amerikaanse Martin Baltimore's en Lockheed Ventura's vervangen.

Buitenlandse dienstEdit

Finland en Griekenland vlogen ook met de Blenheim Mk IV. Dit golg eveneens voor Canada, waar het type was omgedoopt tot de Bristol Bolingbroke. De Blenheim Mk V (945 exemplaren gebouwd) verscheen eind 1942. Deze variant was voorzien van twee 708-kW Mercury XXV of XXX motoren en werd ingezet in Noord-Afrika en Tunesië, en het Verre Oosten. Doordat de motoren van de Blenheim weinig vermogen hadden en de toestellen te licht bewapend waren, sneuvelden er meer bemanningsleden in een Blenheim dan in welk ander RAF-toestel ook.

VariantenEdit

  • Blenheim Mk I: Uit het Type 142 ontstane transportversie, het Type 142M was de militaire versie.
  • Blenheim Mk IF: Nachtjagerversie, uitgerust met een AI Mk III of Mk IV onderscheppingsradar, uitgerust met een 7,7-cm mitrailleur in een speciale koepel onderaan de romp.
  • Blenheim Mk II: Lange-afstands verkenningstoestel met extra benzinetanks, slechts één gebouwd.
  • Blenheim Mk III en Mk IV: Versie met extra bepantsering van de cockpit.
  • Blenheim Mk IVF: Lange-afstands jagerversie, ongeveer 60 Mk IV's werden naar de Mk IVF geconverteerd.
  • Blenheim Mk V: Bommenwerper uitgerust voor operaties op grote hoogte.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki