Wikia


X klasse
XT.jpg

Type

dwerg onderzeeër

Land van herkomst

Groot-Brittannië
Bouwfirma Varley Marine, Portsmouth Dockyard, Vickers Armstrong, Broadbent, Markham & Co., Marshall
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst)
Gebruiker(s) Royal Navy
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 15,62 m / 1,75 m / 2,26 m.
Bepantsering
Bewapening 2x 2-tons springladingen en kleefmijnen.
Vliegtuigen
Voortstuwing 1x Gardner 4LW 4-cilinder dieselmotor van 31,3 kW (42 as-pk), 1x Keith Blackman elektromotor van 22,3 kW (30 as-pk) naar 1 schroefas.
Waterverplaatsing Boven water: 27 ton, Onder water: 29,5 ton.
Snelheid/Bereik 6,5 knp boven water, 5 knp onder water.
Bemanning 4

Einde

Hoewel het concept populair was bij de andere marines, speelde de micro-onderzeeër geen rol in de oorlogsvoorbereiding van de Britse Royal Navy. Pas in 1942 werd duidelijk dat er geen orthodoxe methode bestond om de vijandelijke schepen uit te schakelen die de noordelijke konvooiroute bedreigden vanuit beveiligde ankerplaatsen in Noorwegen. Twee prototypen van micro-onderzeeërs van het X type, de X3 en de X4 werden snel gebouwd op basis van een particulier ontwerp en getest. Deze werden gevolgd door een productieserie van zes (de X5 tot en met de X10). Het ontwerp vermeed de valkuil van overminiaturisering. Met het vaartuig kon een vrijwillige bemanning van vier man verscheidene dagen varen. Heel kenmerkend was de bewapening: geen torpedo's maar twee grote explosieve ladingen aan weerszijden van de romp. Deze konden op de zeebodem worden geplaatst onder een stationair doel of, als het water te diep was, eronder gehangen worden. Een belangrijk lid van de bemanning was de duiker, die het vaartuig kon verlaten en weer binnenkomen via een sluis in het voorschip. De duiker moest de lijnen van de in het water 'zwevende' springladingen vastmaken, of kleefmijnen vastmaken aan de romp van het doelwit.

Er werden uiteindelijk twaalf productieonderzeeërs van het X type gebouwd, inclusief de trainingsboten XT1 tot en met XT6. Daarvan gingen er zeven verloren. Ze werden opgevolgd door een iets groter model, het XE type. Dit was bestemd voor gebruik in het Verre Oosten en was uitgerust met een rudimentair airconditioningsysteem. Elf van de twaalf bestelde boten (de XE1 tot en met de XE12) werden voltooid, en slechts één hiervan ging verloren. De taak waarvoor de 'X'-boten gebouwd waren, werd op magistrale wijze uitgevoerd. De Japanse kruiser Takoa werd tot zinken gebracht door een enkele 'X'-boot in de Straat Jahore. Het water daar was zó ondiep dat de micro-onderzeeër bijna vast kwam te zutten tussen de kruiser en de zeebodem toen het eb werd. 'X'-boten verkenden de stranden voor D-day en zorgden voor navigatiesteun, ze brachten een drijvend dok in Bergen (N) tot zinken en sneden onderwaterkabels door in het Verre Oosten.

Aanval op de TirpitzEdit

Vanaf januari 1942 tot zijn eindelijke vernietiging door een bombardement in 1944 verbleef het slagschip Tirpitz bijna continu in Noorse wateren. Hoewel het schip nauwelijks in actie kwam, vormde het een voortdurende bedreiging voor de kwetsbare noordelijke konvooiroute. De afstand was te groot om deze dreiging onmiddellijk uit te kunnen schakelen. De angst dat de Tirpitz op zee was, leidde tot het uiteenvallen (en de vernietiging) van Konvooi PQ 17. De aanval op St. Nazaire was bedoeld om het slagschip te beroven van zijn droogdok aan de Atlantische kust. De Britten wilden met een list bewerkstelligen wat door een rechtstreekse aanval niet bereikt kon worden, en dat was de voornaamste drijfveer achter het ontwikkelen van de 'X'-boten.

In april 1943 werden zes van deze vaartuigen en een basis geïnstalleerd in een afgelegen West-Schots loch. Daar werd uitvoerig geoefend in het passeren van versperringen van netten en havenbomen, in het inzetten van duikers en het accuraat plaatsen van de tweetons springladingen die het voornaamste wapen van deze vaartuigen vormden. Gelijktijdige aanvallen werden gepland op de Tirpitz, de Scharnhorst en de Lützow, die alle drie gebruik maakten van beschermende ankerplaatsen rond de Altenfjord, vlakbij de Noordkaap.

In de nacht van 11 op 12 september 1943 verlieten zes patrouilleonderzeeërs het loch. Elk vaartuig sleepte een 'X'-boot met aan boord een bemanning die de lange overtocht naar het noorden zou uitvoeren. Het gebeurde maar al te vaak dát de sleepkabels braken. Dat leidde tot het verdwijnen van de X9. Lekkages in de X8 noopten tot het doen zinken van dit vaartuig, om de hele onderneming geen vertraging te doen oplopen. De X7 had buitengewoon geluk. Het vaartuig ramde met de boeg een mijn, maar die ging niet af.

Na een overtocht van negen dagen ging de aanvalsbemanning aan boord van de micro-onderzeeërs. De vier resterende vaartuigen verlieten de patrouilleonderzeeërs in de nacht van 20 op 21 september, doorkruisten een mijnenveld voor de kust aan de oppervlakte en voeren het lange fjord in. Pas een dag later arriveerden de drie boten die tot taak hadden de Tirpitz aan te vallen bij haar ankerplaats in het Kaafjord. Niet zonder problemen forceerden zij de netten. De X6 had een slecht werkend kompas en een vrijwel vastzittende periscoop. Omdat hij vrijwel zonder zicht voer, kwam de X6 onbedoeld in aanvaring met de Tirpitz toen de onderzeeër doorschoot bij het doorbreken van de binnenste beschermingsring van netten van het slagschip. De X6 werd waargenomen, maar was zó dichtbij dat de Duitsers het vaartuig alleen met lichte vuurwapens en granaten konden bestoken. Toen de micro-onderzeeër tegen het doel opknalde liet de bemanning de springladingen los en liet de onderzeeër aan de oppervlakte komen. Zij brachten het eigen vaartuig tot zinken en gingen er vandoor. Ze werden alle gevangen genomen.

ExplosieEdit

De Duitsers troffen haastig voorbereidingen om uit te varen maar kregen toen de X7 in zicht. Ze besloten om binnen de anti-torpedonetten te blijven, maar vierden de ankerkabel om van positie te veranderen. De X7 had echter een lading aangebracht onder beide uiteinden van de tegenstander. Toen de eerste lading afging, deed dat ook meteen de tweede ontploffen. Het resultaat was één enorme explosie.

Op dat moment was de X7 nog aan het worstelen met het binnenste net en het vaartuig werd zwaar beschadigd. De X7 kwam vrij uit de netten maar zonk. Daarbij kwamen twee van de vier bemanningsleden om. De X5 werd niet meer teruggezien na het binnenvaren van het fjord. Er is geen bewijs dat dit vaartuig kans had gezien aan te vallen. De Duitsers claimden de micro-onderzeeër met kanonvuur tot zinken te hebben gebracht ongeveer 30 minuten na de explosie, en dat kan best waar zijn.

Het vierde vaartuig, de X10 zou de Scharnhorst aanvallen, maar had eveneens te kampen met kompas- en periscoopstoringen. Na vergeefse pogingen om die op te heffen besloot de schipper de aanval op te geven en voer terug naar de begeleidende onderzeeërs. Toen de Britten in een orkaan verzeild raakten moesten zij de micro-onderzeeër tot zinken brengen.

Tegen de prijs van zes 'X' boten en tien mensenlevens was de Tirpitz zwaar beschadigd. Veel apparatuur was losgeslagen en de uitlijning van machines verloren gegaan door de schok van de explosie. Hoewel het schip gedeeltelijk gerepareerd werd, zou het nooit meer volledig gevechtswaardig worden.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki