Wikia


Mk VII depth charge.jpg

Een Type D Mk VII wordt op zijn afwerpmechanisme gehesen, deze werden via stuur- of bakboord gelanceerd.

Het concept van een 'afwerpbare mijn' (dropping mine) werd voor het eerst in 1911 in Groot-Brittannië aan de orde gesteld. Het wapen ontstond toen de opperbevelhebber van de Royal Navy, Sir George Callaghan, kort na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 de productie ervan gelastte. In die tijd was het enige anti-onderzeebootwapen een bom met een springlading van 45 kg TNT, die door een schip werd gesleept en door middel van een ski aan de oppervlakte op een vooraf ingestelde diepte bleef. De lading werd op bevel van de kapitein elektrisch via de sleepkabel tot ontploffing gebracht.

OperationeelEdit

De ontwikkeling van de dieptebom begon in november 1914, maar pas twee jaar later was de eerste effectieve dieptebom, de Type D Mk III productierijp. Het was een 191 kg wegende cilinder met een explosieve lading, gewoonlijk TNT. De lading werd op een vooraf ingestelde diepte door de waterdruk tot ontploffing gebracht, al was de hydrostatische ontsteking verre van betrouwbaar en een obstakel tijdens de eerste productiefase. De Type D kon worden ingesteld op een explosiediepte van 90 m. Dieptebommen werden over de flank of de achtersteven van het desbetreffende schip 'vrijgezet' op de plek waar de bemanning een onderzeeboot vermoedde. De ladingen raakten zelden de onderzeeër zelf, maar de schokgolf van de explosie was vaak genoeg om de beplating dermate te vervormen dat hij naar de oppervlakte moest opstijgen om niet te zinken. Daarna kon de onderzeebootjager zijn prooi met kanons verder onschadelijk maken, of hem rammen.

De eerste Dieptebommen werden simpelweg overboord gerold vanaf rails achter op het schip. De dieptebommen waren niet erg effectief, en de escorteschepen van die dagen hadden slechts 35 stuks aan boord, wat te weinig was bij de toenmalige onnauwkeurige opsporingsmethodes. Van 1915 tot eind 1917 werden slechts negen U-boten door dieptebommen vernietigd.

Een onmisbare aanvulling op de dieptebomtactiek was de sonar, die in 1918 werd uitgevonden. Daarmee konden onderzeeërs voor het eerst onder water worden opgespoord. Tot die tijd was de enige opsporingsmethode het plaatsen van uitkijkposten in de mast die speurden naar het zog van een periscoop.

In 1939 was de dieptebom nog steeds het enige Britse ASW-wapen (Anti Submarine Warfare, onderzeebootbestrijding) voor oppervlakteschepen. De Type D Mk III, de standaard dieptebom uit de tweede helft van de Eerste Wereldoorlog , was in 1940 nog steeds in gebruik. Tijdens de oorlog ontstonden echter een hele serie verbeterde dieptebommen. De Mk III werd snel opgevolgd door de veel betere Mk VII, die de standaard Britse dieptebom bleef gedurende de eerste drie oorlogsjaren. De Mk VII Heavy werd in 1940 operationeel en was voorzien van een gewicht van 68 ton om hem sneller te laten zinken. Volgens Britse testrapporten zou de bom op een afstand van 6 m een 22 mm dikke onderzeebootromp kapot drukken en hem op tweemaal die afstand voldoende beschadigen om hem naar de oppervlakte te dwingen. In 1942 kwam een nieuw explosief beschikbaar, Minol genaamd, waarmee deze afstanden werden verhoogd tot 7,9 m respectievelijk 15,8 m. Ook werd een vanuit de lucht afwerpbare versie van de Mk VII Heavy ontwikkeld. Deze kon echter alleen worden afgeworpen bij een maximale snelheid van 270 km/u en een vlieghoogte van maximaal 50 m.

De Mk VIII Airborne DC (Dept Charge, dieptebom) van 1942 was een verbeterd luchtgelanceerd wapen, dat aan de standaardrekken voor 250-lb (113 kg) bommen kon worden meegevoerd. Dit type kon worden afgeworpen bij snelheden tot 320 km/u en hoogtes van 230 m. Het wapen sloeg dan in op het zeeoppervlak met een snelheid van 183 m/sec. De verder verbeterde Mk XI Airborne DC was gebaseerd op de Mk VIII met een concave neus om te voorkomen dat hij op het wateroppervlak zou stuiteren. De laatste versie konden worden afgeworpen bij 460 km/u op een hoogte van 380 m.

Er werden dieptebommen van maar liefst 1361 kg in de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld. De meest ontwikkelde dieptebom was de Mk X van de Royal Navy, die in 1942 operationeel werd. De eerste Mk X had een langzame zinksnelheid, waardoor het afwerpende escortevaartuig zich tijdig uit de voeten kon maken. De Mk X* van 1943 zonk sneller en was op een grotere diepte afgesteld om dieper varende onderzeeboten te treffen. In 1945 werd de nog snellere zinkende Mk X** ontwikkeld voor nog nieuwere en nog dieper duikende onderzeeërs. Deze werd echter niet in productie genomen vanwege de komst van wapens die naar voren werden gelanceerd.

DieptebommenwerpersEdit

De oorspronkelijke manier van afwerpen van dieptebommen was simpelweg ze van het achterdek te laten rollen. Later werden de Amerikaanse Mk 6 dieptebommenwerpers of 'K' guns, aangepast voor Britse dieptebommen. De 'K' gun maakte gebruik van een springlading die een enkele Mk VII of Mk VII Heavy over afstanden van 62 respectievelijk 50 m wegslingerde. Naast de 'K' gun waren twee zuiger-achtige werpers in gebruik, De Mk IV die in 1941 operationeel werd, en de Mk V die hem in 1944 opvolgde. Die slingerde een Mk VII Heavy over een afstand van 47 respectievelijk 57 m weg. Deze werpers werden doorgaans op de flanken van schepen geïnstalleerd.

De 'K' guns stonden samen met de oude rekken achterop. Samen legden ze dieptebompatronen van zes tot tien stuks. Een patroon had een driedimensionele vorm en veroorzaakte over een groot oppervlak op verschillende dieptes schokgolven. Voor de U-boten was de gevaarlijkste aanval een waarbij twee dieptebommen aan weerszijden tegelijk explodeerden. Het aanvallende schip moest echter zelf met vrij hoge snelheid blijven bewegen om niet ook te worden beschadigd door de schokgolven.

In 1943 werd Torpex geïntroduceerd, een springstof die anderhalf maal krachtiger was dan TNT. De dieptebommen kregen een meer gestroomlijnde vorm, waardoor ze sneller zonken. Hoewel de explosies van de 191 kg zware ladingen van de dieptebommen uit WO II een zenuwslopende ervaring waren voor de onderzeebootbemanningen, waren ze zelden fataal. De huid van een onderzeeër begaf het alleen als de bom op minder dan zes meter afstand explodeerde. Een bom zo dicht bij een onderzeeër laten ontploffen, was een kwestie van puur geluk, en des te meer doordat de U-boot tijdens een aanval heftig manoeuvreerde. De meeste U-boten die slachtoffer werden van een dieptebomaanval, zonken uiteindelijk door de gezamelijke schade die door achtereenvolgende aanvallen was aangericht, en niet door een enkele explosie. Veel U-boten overleefden honderden dieptebommen tijdens uren durende aanvallen. In april 1945 werden maar liefst 678 dieptebommen gelost om de U-427 (Type VIIC) te vernietigen. De boot wist echter te ontkomen.

De dieptebom bleef het belangrijkste Britse ASW-wapen tot de komst van de voorwaarts vurende Hedgehog en Squid mortieren, die vanaf medio 1944 de meeste slachtoffers onder U-boten maakten.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki