Wikia


Fokker D.XXI

Fokker D.XXI

Type

Jachtvliegtuig

Land van herkomst

Nederland
Bouwfirma Fokker
Ontwerp Erich Schatzki
Productie (eerste vlucht / In gebruik / in dienst) 1936 / 1938 / 1938-1948
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) Lengte: 8,2 m / Spanxijdte: 11 m / Hoogte: 2,95 m / Vleugeloppervlak: 16,2 m².
Gewicht (leeg / max. startgewicht) Leeg: 1450 kg / Max. startgewicht: 2050 kg.
Motor(en) Bristol Mercury VIII stermotor van 619 kW (830 pk).
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) Max. snelheid op 4420 m: 460 km/u / Kruissnelheid: 385 km/u ; klim naar 1000 m: 1'27" / Plafond: 11.000 m / Bereik: 950 km.
Bewapening 4x 7,9 mm FN-Browning M.36 machinegeweren, twee in de neus en twee in de vleugels.
Bemanning 1
Gebouwd 148
Gebruik (Landen) Denemarken, Finland, Duitsland, Nederland, Spanje (republiek).

De Fokker D.XXI vormde een radicale breuk met traditionele Fokker ontwerpen; het was een vrijdragende laagdekker met moderne trekken, al had het toestel nog geen intrekbare wielen. De hoofdwielen zaten aan ongesteunde poten met een grote spoorbreedte en hadden grote stroomlijnkappen.

De Nederlandse Luchtvaartafdeling bestelde in 1935 een prototype (FD-322) om het toestel eventueel aan te schaffen voor gebruik in Nederlands-Indië. Aanvankelijk zou de D.XXI de 485 kW (650 pk) Rolls-Royce Kestrel IV vloeistofgekoelde V-motor krijgen, maar het prototype vloog op 27 maart 1936 met een 481 kW (645 pk) Bristol Mercury VIS luchtgekoelde stermotor. Rond die tijd had de Nederlandse regering echter meer belangstelling voor bommenwerpers dan voor jagers. Een beleidswijziging leidde er in de zomer van 1937 echter toe dat er 36 exemplaren van de D.XXI met de Mercury VIII motor en vier 7,9 mm M.36 machinegeweren in de vleugel werden besteld.

Finse ordersEdit

In hetzelfde jaar werden zeven D.XXI's met Mercury VIII motoren besteld door de Finse luchtmacht, die allemaal datzelfde jaar werden geleverd. Ook werd een licentie-overeenkomst gesloten met de Finse staatsvliegtuigenfabriek te Tampere voor de bouw van nog eens 35 toestellen. De Finse versie kreeg de Mercury VII motor (in Finland in licentie gebouwd door Tampella of in Polen door PZL) en de bewapening bestond uit vier 7,7 mm Browning machinegeweren: twee in de romp en twee in de vleugel. Deze toestellen werden voltooid in 1938.

Twee in Nederland gebouwde toestellen werden afgeleverd aan Denemarken, waar nog eens tien exemplaren in licentie werden gebouwd door de Koninklijke Legervliegtuigenfabriek. Deze Deense toestellen hadden een Mercury VIS motor en een bewapening van twee 7,9 mm machinegeweren en twee 20 mm Madsen kanonnen. De kanonnen zaten in stroomlijnkappen onder de vleugels. De Spaanse Republikeinse regering begon eveneens aan het in licentie bouwen van de D.XXI, maar de productielijn viel in handen van de Nationalisten nadat slechts één toestel met een Russische M-25 stermotor was voltooid. De Nationalisten maakten 25 rompen en onderstellen en vijftig vleugels buit, maar assembleerden zelf geen toestellen.

In Nederland vloog intussen de eerste D.XXI voor de Nederlandse Luchtvaartafdeling voor het eerst op 20 juli 1938. Het laatste van de 36 bestelde toestellen werd op 8 september 1939 afgeleverd. Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel, waren er 28 D.XXI's inzetbaar. In de vijf dagen die vooraf gingen aan de capitulatie weerden de D.XXI jagers zich redelijk goed, wat vooral te danken was aan hun wendbaarheid. De overmacht was echter dermate groot dat er ten tijde van de capitulatie nog maar acht luchtwaardig waren. De grootste triomf in Nederlandse kleuren boekte het type op 10 mei, toen D.XXI's maar liefst 37 stuks van een formatie van 55 Junkers Ju 52/3m transportvliegtuigen neerhaalden, die's ochtends vroeg het Nederlandse luchtruim binnendrongen.

Amerikaanse motorEdit

Toen Finland zich op 12 maart 1940 overgaf aan de sovjets, waarmee een einde kwam aan de Winteroorlog, beschikte de Finse luchtmacht nog over 29 D.XXI's. De Finse regering besloot vervolgens om nog eens 55 van deze jagers te bouwen met de 615 kW (825 pk) Pratt & Whitney R-1535-SB4-C/G Twin Wasp junior stermotor, waarvan het land tachtig exemplaren had aangeschaft. Andere wijzigingen waren de installatie van alle vier machinegeweren in de vleugels, een verder naar achteren doorlopende cockpitbeglazing en een groter kielvlak. De eerste D.XXI met Amerikaanse motor vloog voor het eerst in januari 1941 en bleek langzamer en minder wendbaar te zijn dan het model met de Mercury motor. De laatste toestellen met Mercury en Twin Wasp junior motor werden voltooid met intrekbaar hoofdonderstel, maar deze voorziening voldeed niet en de toestellen werden weer tot hun oorspronkelijke staat teruggebracht. Toen Finland in juni 1941 de vijandelijkheden met de USSR hervatte, beschikte de luchtmacht dan ook over een heel behoorlijk aantal D.XXI's. In de vroege herfst van 1944, het jaar waarin de productie van de D.XXI eindigde, werd begonnen met de vervanging door de niet geheel succesvolle VL Myrsky, maar de laatste D.XXI's werden pas in 1948 afgevoerd. Enkele deden nog tot 1951 dienst als trainingstoestellen.

Voor de oorlog dienden verscheidene Nederlandse D.XXI's als vliegende proefbanken voor motoren zoals de Rolls-Royce Kestrel V en de Hispano-Suiza 12Y. Er waren ook versies gepland met de Bristol Hercules (Project 150), de Rolls-Royce Merlin (Project 151) en de Daimler Benz DB 600H (Project 152), alle met intrekbaar hoofdonderstel en aërodynamische verbeteringen.

VariantenEdit

  • D.XXI-1: 2 exemplaren voor Denemarken met een Mercury VIS motor van 625 pk en twee 20 mm Madson kanonnen aan de vleugels. De Deense registratie was J-41 en J-42, de constructienummers waren 554 en 555. De Denen bouwden nog 10 toestellen in licentie, de J-43 t/m J-52.
  • D.XXI-2: 43 toestellen gebouwd, voor de Nederlandes luchtmacht (nrs. 212-247) en Finse luchtmacht (FR-76 t/m FR-82).
  • D.XXI-3: 38 door het Finse Valtion Lentokonetehadas in licentie gebouwde D.XXI's, uitgerust met PZL/Mercury VII of Tampella/Mercury VII motor van 760 pk (FR-83 t/m FR-120).
  • D.XXI-4: 50 door het Finse Valtion Lentokonetehadas in licentie gebouwde D.XXI's, uitgerust met een Pratt & Whitney R-1535-SB4C-G Twin Wasp junior motor van 1050 pk, andere bewapening, een grotere staartvin en cockpitraam.
  • D.XXI-5: 5 toestellen gebouwd met een Bristol Pegasus X motor van 920 pk.
  • Project 150: Voorgesteld model met een Bristol Hercules stermotor, niet gebouwd.
  • Project 151: Voorgesteld model met een Rolls-Royce Merlin zuigermotor, niet gebouwd.
  • Project 152: Voorgesteld model met een Daimler-Benz DB.600H zuigermotor, niet gebouwd.

Berging van een D.XXIEdit

In 1992 voerde de Stichting CRASH enkele gesprekken met een boer uit Nieuwkoop. Deze wist de exacte plaats te vertellen waar een Nederlandse jager zou zijn neergestort op de tweede dag van de oorlog. Na onderzoek van het archief zou het om de Fokker D.XXI van Koos Roos. De exacte plaats werd met behulp van elektronische apparatuur vastgesteld.

Met medewerking van enkele lokale bedrijven voor bronbemaling en grondwerk, vond op 12 juni 1993 de berging van de Fokker plaats. In verband met verwachte aanwezigheid van vuurwapens vond werd door de plaatselijke politie toezicht gehouden. Op ongeveer een meter onder maaiveld werden de eerste onderdelen van het vliegtuig aangetroffen. Geborgen werden:

    • staalbuis van de rompconstructie, in gedeformeerde en gecorrodeerde toestand;
    • restanten van de Browning vliegtuigmitrailleurs;
    • de Bristol Mercury stermotor en de driebladige propellor;
    • windshield en het versterkte ruggedeelte van de cockpitconstructie;
    • de stoel van de vlieger;
    • de stuurknuppel en enkele bedieningshandles;
    • cockpitinstrumenten en talrijke kleine onderdelen.

Omdat tijdens de inslag in de grond een soort tunnel werd gegraven door de vliegtuigmotor, zijn de daarachter volgende onderdelen redelijk heel gebleven. De onderdelen van de boordwapens en de aanwezige munitieresten werden ter plaatse aan de politie overhandigd, de overige onderdelen zijn overgebracht naar het onderkomen van de Stichting CRASH, indertijd gevestigd in Abbenes

Op de verbandkisthouder in het vliegtuigwrak werd een geelkoperen tekstplaat aangetroffen met de volgende tekst:

NEDERLANDSCHE VLIEGTUIGENFABRIEK

F O K K E R

A M S T E R D A M

(55?)02 TYPE D-XXI

1938 ML 229

Hieruit blijkt dat het geborgen toestel de “229″ is geweest. In enkele publicaties is vermeld dat Roos Roos “nabij Leiden” is neergestort met de “225″. Door de berging van het toestel is nu vast komen te staan dat de 229 het toestel van Roos is geweest en dat deze machine nabij Nieuwkoop verongelukte.

In museaEdit

In het Avion Museum of Central Finland staat het toestel FR-110, dit toestel werd gerestaureerd uit twee andere D.XXI's, de FR-81 en FR-137.

In het Militaire Luchtvaart Museum (Nederland) staat een replica in de kleuren en markeringen van de Klu.

Een North American Harvard werd omgebouwd naar een D.XXI voor de film 'Soldaat van Oranje' uit 1977 van Paul Verhoeven. In deze film voerde deze nep D.XXI de registratie "141", een nummer dat nooit door een Nederlands militair vliegtuig gevoerd is. Later, 1983, waren er minstens 3 omgebouwde Harvards die D.XXI's voorstelden in een promotiefilm van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. In deze film "Waakzaamheid, de prijs voor de vrijheid" vlogen zogenaamde D.XXI's met de registraties "218", "234" en "241". Na de filmopnames werden deze toestellen weer teruggebouwd.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki