Wikia


Georges Leygues
GL.jpg

Type

Lichte kruiser

Land van herkomst

Frankrijk
Bouwfirma At.&Ch de St. Nazaire-Penhoet, St. Nazaire, Frankrijk
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1933 / 1936 / 1937
Gebruiker(s) Marine nationale française
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 179,5 m. / 17,5 m. / 5,35 m.
Bepantsering romp: 105 mm., schotten: 30 mm., dek: 38 mm., torens: 100 mm., toren: 95 mm.
Bewapening 9x Canon de 152 mm Modèle 1930 (3x3), 8x Canon de 90 mm Modèle 1926 AA (4x2), 24x Bofors 40-mm kanons (6x4), 4x 550-mm torpedobuizen (2x2)
Vliegtuigen 4x Gourdou-Leseurre GL-832 HY, later 2x Loire 130 vliegboten
Voortstuwing 2x Parsons enkele reductiemotoren, 4x Indret boilers, die 63.000 kW (83.000 pk) leveren aan 2 schroeven.
Waterverplaatsing 7600 ton standaard / 9100 ton volbeladen
Snelheid/Bereik 31 knp (57 km/u), 7000 zeemijlen aan 12 knp.
Bemanning 540

Einde

Verkocht als schroot in 1959.

In de eerste helft van 1920-1930 beleefde de Franse marine een ingrijpende technische, zij het niet numerieke, heropleving. De nadruk lag op het verhogen van de maritieme capaciteit en, in het bijzonder, het bereiken en behouden van een voorsprong op de Italiaanse marine. De Fransen ontwierpen een aantal indrukwekkenbe oorlogsschepen, vooral slagschepen, kruisers en torpedojagers. Het allerbelangrijkste moment in de ontwikkeling van de Franse kruiser kwam vermoedelijk met de opdracht voor vermoedelijk met de opdracht voor de Emile Bertin tijdens het bouwprogramma van 1930. Dit schip werd oorspronkelijk gezien als verbeterde versie van de onbewapende mijnenlegger Pluton, maar in de ontwerpfase werd het steeds meer een kruiser dan een mijnenlegger. Dit is terug te zien aan het feit dat het schip, voltooid in 1934, voor de Tweede Wereldoorlog vooral werd ingezet als het vlaggenschip van een smaldeel met 12 zware torpedojagers uit de Le Malin klasse en de Maillé Brézé klasse. De belangrijkste ontwikkeling bij de Emile Bertin was een nieuwe driepootopstelling voor het 152-mm modèle-1930 L59 kanon, dat een 54,3 kg. zware granaat afvuurde tot een afstand van 21.500 m.

De Emile Bertin werd opgevolgd door de zes schepen uit de La Galissonnière klasse, de La Galissonnière, Jean de Vienne, La Marseillaise, La Gloire, Montcalm en Georges Leygues. Het ontwerp was een sterk verbeterde versie van dat van de Emile Bertin, met veel dezelfde kanons maar een betere bepantsering. Het ontwerp werd tijdens de bouw ingrijpend veranderd. Dit vertraagde de voltooiing van de schepen, die op diverse werven werden gebouwd, zodat ze pas in dienst traden tussen december 1935 en december 1937, na op stapel te zijn gezet tussen 1931 en 1933. Door de lange bouwperiode vielen de schepen in twee subklassen, de eerste twee en de laatste vier. Een opvallend kenmerk van de 'La Galissonière's' was het lange, vrije halfdek voor de lancering van watervliegtuigen - vier ervan konden worden gestald in een hangar achter de tweede schoorsteen - met een katapult op de achterste 152-mm koepel.

Met uitzondering van de La Marseillaise en Montcalm werd bij alle schepen in 1941 het luchtafweergeschut versterkt met een 37-mm- en twee 25-mm kanons, alsook vier 13,2-mm machinegeweren. Drie schepen werden in Toulon door hun bemanning tot zinken gebracht toen de Duitsers Vichy-Frankrijk veroverden in de nasleep van de geallieerde landingen in Frans Noordwest-Afrika tijdens November 1942. De Georges Leygues, de laatste eenheid uit de klasse en afgeleverd in december 1937 door Arciers et Chantiers de St. Nazaire-Penhoët, was een van de drie kruisers van de La Galissonnière klasse die destijds niet in Frankrijk lag. Toen de Britten in 1940 Dakar in Frans West-Afrika aanvielen, vertrok het schip met de La Gloire en Montcalm om zich in de strijd te mengen. Het bereikte Dakar met de Montcalm en werd daarna geblokkeerd tot Frans West-Afrika in november 1942 aan de geallieerden werd overgedragen. Samen met de La Gloire, die in 1940 niet verder kwam dan Casablanca, werden de drie kruisers tijdens 1943 opnieuw uitgerust in de VS. Alle voorzieningen voor watervliegtuigen werden verwijderd, en het lichte luchtdoelgeschut vervangen met zes 40-mm vierloops- en zestien 20-mm enkelloopskanons. Ze kregen ook radar, In 1945 werd nog een aanpassing uitgevoerd, de schepen kregen een werkmast voor een nieuw radarsysteem. Toch haalden de schepen nog 32 knopen terwijl de waterverplaatsing (volgeladen) steeg naar 10.850 ton. De schepen hadden na de Tweede Wereldoorlog nog een actieve loopbaan, en de Georges Leygues werd pas in 1959 verkocht voor de sloop

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki