Wikia


HMS Argus
Argus1

HMS Argus in dazzle-paint

Type Vliegdekschip
Land van herkomst Groot-Brittannië
Bouwfirma William Beardmore, Dalmuir
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1914 / 1917 / 1918-1929 en 1938-1944.
Gebruiker(s) Royal Navy
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 172,5 m. / 20,7 m. / 6,4 m.
Bepantsering geen
Bewapening 4x QF 4 inch Mk V (102-mm) AA kanons, 4x Lewis AA machinegeweren
Vliegtuigen 20
Voortstuwing 12x Scotch boilers, 4x Parsons tandwielturbines die 14.912 kW (20.000 pk) leveren aan 4 schroeven
Waterverplaatsing 14.550 ton standaard / 15.775 ton geladen
Snelheid/Bereik 20,5 knp / 6700 km aan 10 knp
Bemanning 495
Einde Verschroot in1947.

Hoewel de plannen van de Royal Navy om de lichte slagkruiser HMS Furious om te vormen tot tijdelijk vliegdekschip met een vliegdek in plaats van de voorste hoofdgeschutkoepel, pas in de lente van 1917 werden geformuleerd, was het schip al bijna voltooid en kon die aanpassing snel en effectief worden uitgevoerd, zodat het in juli 1917 al werd afgeleverd als het eerste 'echte' Britse vliegdekschip. De Royal Navy had eerder onderkend dat het belang van vliegtuigen bij zeeoorlogen, iets wat boven twijfel was verheven, de diensten vergde van een geoptimaliseerd vliegdekschip. Een korteterijnoplossing gebaseerd op een grote romp was de logische uitkomst. Die oplossing kwam met de Conte Rosso, een lijnschip dat in 1914 bij Beardmore was besteld door de Italiaanse Lloyd Sabaudo-lijn, maar nog onvoltooid op stapel stond. DeAdmiraliteit kocht het schip in augustus 1916 en gaf de opdracht het af te leveren als vliegdekschip.

De grote romp was zeer geschikt voor het vervaardigen van een onbelemmerd vliegdek over de volle lengte van het schip, eve,als een omsloten hangar voor het stallen en onderhoud van vliegtuigen. Het ontwerp en de indeling van diverse mogelijke vliegdekken werden geëvalueerd met windtunnelmodellen. Als direct resultaat van dit onderzoek werd een gladdek gekozen, met als enige onderbreking een stuurhuisje dat bij vluchten neergelaten kon worden om het vliegdek volledig vrij te laten. De Admiraliteit dacht echter na over een meer definitief ontwerp voor de toekomst, en in oktober 1918, een maand nadat het schip was voltooid, maakte de HMS Argus een proefvaart in de Firth of Forth met een vaste 'eilandopbouw', die ruim van de hartlijn werd geplaatst om het vliegdek zo vrij mogelijk te laten.

De eerste vliegtuigen die op de Argus werden ingescheept, waren 18 Sopwith Cuckoo-torpedobommenwerpers. Deze combinatie van vliegdekschip en vliegtuigen moest een centrale rol spelen in het Britse plan voor een grrotscheepse aanval op de hoofdvloot van de Duitse Hochseeflotte die, wachtend in de Noord-Duitse havens, een constante bedreiging voor Britse operaties vormde. Het einde van de Eerste Wereldoorlog in november 1918 maakte ook een ainde aan die plannen. Toen de Argus diende bij de Atlantische Vloot tot 1923, bleek het schip erg succesvol omdat zijn hoge snelheid zorgde voor de harde wind over het dek, die nodig is voor effectieve operaties met vliegdekschepen. Het schip vervoerde, achtereenvolgens, de Cuckoo, Sopwith Camel-jager, Sopwith 1 1/2-Strutter-tweezitter voor algemene doelen, Sopwith Pup lichte jager, Parnall Panther-jager, Nieuport Nightjar-jager, en Fairey IIIB-watervliegtuig voor algemene doelen.

In de loop van de jaren 1920 bleek echter dat de Argus werd beperkt door het ontbreken van bepantsering, de grote hoogte, en het toenemend gewicht en de omvang van de vervoerde vliegtuigen. Halverwege dat decennium werd het schip uitgerust met bollingen bij de waterlijn die meer bescherming en stabiliteit boden. Het schip diende in 1927-1928 bij het China Station en werd tijdens 1930 in reserve geplaatst. In 1937 werd de Argus aangepast, waarbij het voorste deel van het vliegdek plat werd in plaats van schuin aflopend. Na de levering van modernere vliegdekschepen kreeg de Argus in 1938 de taak van opleidingsschip. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 was de Argus duidelijk ontoereikend en diende het merendeel van de oorlog als vervoersschip van vliegtuigen, vooral naar Gibraltar, Malta en Takoradi, maar het werd ook gebruikt voor het escorteren van Atlantische konvooien en steunen van geallieerde landingen in Noordwest-Afrika in november 1942. Het schip werd in 1944 uit de vaart genomen en in december 1946 verkocht voor de sloop.