Wikia


Landing Craft Tank
LCT

LCT Mk 5

Type Landingsvaartuig voor tanks, jeeps en vrachtwagens
Land van herkomst Groot-Brittannië, USA
Bouwfirma Hawthorn Leslie and Company (LCT Mk 1), Bison Shipbuilding Co.
Ontwerp
Productie (kiel / te water / in dienst) 1940-1945 / - / 1940-1966
Gebruiker(s) Royal Navy, US Navy
Specificatie: Mk 4

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 57,10 m. / 11,8 m. / 1,1 tot 1,4 m.
Bepantsering 15 mm
Bewapening 2x Oerlikon 20-mm of 2x Bofors 40-mm kanons
Laadvermogen 9x M4 Sherman of 6x Infanterie Tank Mk IV Churchill
Voortstuwing 2x Paxman dieselmoteren van 343 kW (460 pk) naar twee schroeven
Waterverplaatsing 200 ton standaard / 586 ton volbeladen
Snelheid/Bereik 9 knp / 2035 km
Bemanning 12
Einde

Voor de Tweede Wereldoorlog was er weinig aandacht geweest om wiel- en rupsvoertuigen aab land te brengen, simpelweg omdat daar geen aanleiding toe was geweest. Duinkerken en Churchill veranderden dit totaal. Besloten werd een vaartuig te ontwerpen dat drie 40-ton tanks kon meevoeren, die in minder dan één meter water op een 1/35 strand konden landen. Het resulterende Landing Craft Tank Mk 1 of LCT (1), was het eerste type van zijn soort. Het versterkte tankdek bevond zich boven en tussen een dubbele scheepswand die verdeeld was in een groot aantal compartimenten die plaats boden aan ballast-, trim-, brandstof- en opslagtanks. De vracht werd afgeschermd door hoge luikhoofden in de hoeken van de zijdekken, en kon met lichte canvasdoeken bedekt worden over de luiken. Het boegluik was niet waterdicht en werd dus aangevuld met twee lage waterdichte deuren. Vermogen werd geleverd door twee direct beschikbare Hall-Scott benzinemotoren en boden een snelheid van tien knopen. De meeste LCT's werden in 1940 en 1941 gebouwd in vier secties die gedemonteerd konden worden voor het verschepen.

Er werden dertig LCT(1)'s gebouwd voordat het type werd opgevolgd door de LCT(2). Met een minimale toename in lengte had de LCT(2) plek voor twee rijen kleinere tanks. Het vaarbereik steeg van 1665 km naar 5000 km. De LCT(2) had drie motoren, op benzine of diesel, al naar gelang de beschikbaarheid. Teneinde de capaciteit te verhogen werd in het midden een vijfde sectie toegevoegd. Dit werd de LCT(3). Deze had een lengte van 58,5 meter en had plaats voor elf middelzware tanks met nauwelijks extra diepgang. Ondanks dat er was overgestapt op twee schroefassen, verminderde de snelheid nauwelijks.

De LCT(1), (2) en (3) hadden een te grote diepgang voor de Franse stranden en er waren meer en grotere landingsvaartuigen nodig. In oktober 1941 verscheen als resultaat hiervan de LCT(4), gebaseerd op een balkconstructie. Het nieuwe type was korter, maar breder dan de LCT(3) en had een geringe diepgang. Hoewel hij dezelfde voortstuwing had, was hij aanzienlijk langzamer. Het tankdek bood plaats aan zes zware tanks in twee rijen van drie, of negen middelzware tanks in drie rijen. Het bruto tonnage was ongeveer 300 ton. Bij volledige belading kon het vaartuig met succes aan land komen op een helling van 1/150. De voertuigen werden in slechts 75 cm diep water afgezet. Om de productie te vereenvoudigen werden de 865 geplande vaartuigen zonder bewapening gebouwd, deze werd pas naderhand toegevoegd.

Het vaartuig werd in de herfst van 1942 in dienst genomen en bleek al gauw in de lengte niet sterk genoeg. De vaartuigen die in het Verre Oosten dienst zouden gaan doen (en grotere zeereizen af zouden leggen), werden extra versterkt door de rompbeplating tot het luikhoofd door te trekken. Deze maatregel bezorgden de schepen een grotere diepgang, maar zorgde er wel voor dat de vaartuigen zelfstandig naar de Indische Oceaan konden varen. Sommige werden geconverteerd tot Landing Craft Flak Mk 4 of LCF(4), door de toevoeging van vier tweeponder 'pompoms' en acht 20-mm Oerlikons, of tot Landing Craft Gun Mk 4 of LCG(4) met twee 4,7-inch kanons met maximaal twaalf 20-mm kanons.

In de loop van WO II werd het duidelijk dat problemen met diepgang de inzet van LST's in sommige gevallen zouden hinderen. Daarom stelden de Britten een kort, breed RoRo (Roll on; Roll off) vaartuig voor dat ofwel de voertuigen van de LST naar de kust kon overbrengen of als een tijdelijke brug kon fungeren die het grotere schip met het strand verbond. Het resultaat was de Landing Craft Tank Mk 5 of LCT(5), die in secties naar de gewenste plaats vervoerd kon worden en te water werd geassembleerd, cq. in zijn geheel op het bovendek van een LST vervoerd kon worden en eenvoudigweg overboord gezet. De LCT(5) was een langzaam vaartuig voor de korte afstand. Er werden er in de VS bijna 500 met een conventionele indeling gebouwd voordat de Landing Craft Tank Mk 6 of LCT(6) geïntroduceerd werd, met min of meer dezelfde afmetingen, maar met de brug aan stuurboord om de reeds eerder voorgestelde RoRo operatie mogelijk te maken. De voortstuwing met drie schroeven werkten naar behoren en gaf het vaartuig acceptabele vaareigenschappen.

Sommige LCT(5) en (6) vaartuigen die aan de Britten geleverd waren, werden vervolgens zo'n 12 meter verlengd. Rond dezelfde tijd ontwierpen de Amerikanen hun eerste grotere vaartuig, een tijdlang aangeduid als de Landing Craft Tank Mk 7 of LCT(7). Later kreeg het als combinatie van LCT en LST de benaming Landing Ship Medium (LSM). Hij was groter dan een LCT(3) en had elegantere lijnen en een op een schip lijkende boeg met deuren die aan de zijkant scharnierden, waardoor hij op zee een snelheid van 12 knp kon halen. Zijn capaciteit bedroeg drie zware of vijf middelzware tanks, en zijn diepgang nam toe ten opzichte van zijn voorganger. De LSM had een kenmerkende hoge brug, midscheeps aan stuurboord, en overdekte accommodatie voor ruim 50 manschappen.

De LSMwas niet geschikt voor de Britten, maar die gebruikten wel het idee voor hun laatste Landing Craft Tank Mk 8of LCT Mk 8. Met zijn lengte van 68,8 m. had hij een capaciteit van maximaal tot acht middelzware tanks. De productie van LCT(8)'s met vier dieselmotoren en twee schroefassen en geïmproviseerde faciliteiten kon slechts plaatsvinden omdat de problemen met de aanvoer van materialen tegen het eind van de oorlog enigszins verminderden.