Wikia


Le Napoléon
LN
Type Tweedeks stoomoorlogsschip
Land van herkomst Frankrijk
Bouwfirma Toulon, Cherbourg, Rochefort, Lorient, Brest
Ontwerp Henri Dupuy de Lôme
Productie (kiel / te water / in dienst) 1848 / 1850 / 1852-1876
Gebruiker(s) Franse marine
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 77,8 m. / 17 m. / 8,4 m.
Bepantsering geen
Bewapening 90 kanons: 58x 30 ponders, 8x 220-mm en 14x 160-mm kanons
Vliegtuigen geen
Voortstuwing 1x stoommachine met tandwieloverbrenging van 428 kW naar een schroef
Waterverplaatsing 5120 ton
Snelheid/Bereik 12 knopen /
Bemanning 910

Einde

Hoewel stoomoorlogsschepen met schepaandrijving in bescheiden aantallen werden gebouwd, hadden praktische experimenten tussen 1840-1850 uitgewezen dat de scheepsschroef veel efficiënter werkte. Het was ook duidelijk dat zo'n aandrijvingsmechanisme onder water minder kwetsbaar was voor vijandelijk vuur dan schepraderen aan de flanken, die merendeels boven water uitstaken. De Fransen hadden dit net zo snel door als andere landen, en het eerste resultaat van hun inspanningen was het schroeffregat La Pomone, dat in 1844 werd onthuld. Met een uitputtende reeks experimenten, voor de Franse marine uitgevoerd door MM. Bourgois in 1847-1848 en daarna getoetst in 1849, zocht men de passende efficiëntie van diverse types schroef voor gebruik in schepen met uiteenlopende rompvormen en afmetingen onder tal van wind- en zeeomstandigheden.

Dit werk plaveide de weg voor de bouw, in 1847 door Dupuy de Lôme, van Le Napoléon, een tweedeks driemaster linieschip, geheel van hout, en 's werelds eerste slagschip met schroefaandrijving. Het schip werd in mei 1850 te water gelaten bij het Arsenal de Toulon, met aangepast interieur voor de 550 ton wegende indret-tweecilinder-stoommachine, die een schroef aandreef met vier parallelbladen en een doorsnee van 5,8 m. Er werd circa 927 ton steenkool vervoerd, dit was voldoende voor 40 dagen vaart. Le Napoléon telde acht ketels, elk met vijf ovens, die bij de maximumsnelheid 143 ton steenkool per dag verbruikten, wat neerkwam op een vaart van slechts vijf dagen. De ketels en machines hadden samen een lengte van 25 meter.

Le Napoléon was opmerkelijk snel, soms meer dan 13 knopen, maar de machinerie was onbetrouwbaar. Maar de ontwikkelingen verliepen in zo'n rap tempo dat de opvolgers van het schip werden voltooid met iets lichtere machines, de hogere rondwentelingen maakten het mogelijk de zware en logge tandwieloverbrenging van het eerste schip achterwege te laten. Nadat proeftochten de capaciteiten van Le Napoléon hadden aangetoond, volgden er in 1855-2856 vier zusterschepen, namelijk de L'Algésiras, L'Arcole, L'Impérial en La Redoutable, en in 1858-1860 drie iets zwaardere schepen, de La Ville de Bordeaux, La Ville de Lyon en La Ville de Nantes. Deze acht schepen boden de herboren Franse marine een kern van zwaar bewapende schepen die niet afhankelijk waren van de wind of getijden.

Le Napoléon bewees de bruikbaarheid van een schroef voor grote oorlogsschepen, maar ook dat het gebruik van de toenmalige schroefaandrijving aan beperkingen onderhevig was. De machine en benodigde brandstof waren opmerkelijk zwaar en vergden veel ruimte in de romp, zodat er minder ruimte overbleef voor andere voorraden. En door de snelle steenkoolverbranding bleef de vaart van Le Napoléon beperkt tot dat van een 60kanonsschip. De schepen waren snel verouderd en tegen 1883 uit de vaart genomen en onttakeld of aangepast tot transportschip.

Schepen

  • Le Napoléon (Toulon: 1848-1876)
  • Algésiras sub-klasse
    • Algésiras (Toulon: 1855–1869)
    • Arcole (Cherbourg: 1855–1870)
    • Redoutable (Rochefort: 1855–1869)
    • Impérial (Brest:1856–1869)
    • Intrépide (Rochefort: 1864–1889)
  • Ville de Nantes sub-klasse
    • Ville de Nantes (Cherbourg: 1858–1872)
    • Ville de Bordeaux (Lorient: 1860–1879)
    • Ville de Lyon (Brest: 1861–1883)