Wikia


Myoko klasse
Myoko

IJN Myoko

Type

zware kruiser

Land van herkomst

Japan
Bouwfirma Yokosuka Navy Yard, Kure Navy Yard, Mitsubishi Nagasaki Shipyard, Kōbe-Kawasaki Shipbuilding Yard
Ontwerp Vice-admiraal Yuzuru Hiraga
Productie (kiel / te water / in dienst) 1924 (Myoko, Nachi), 1925 (Haguro, Ashigara) / 1927 (Muoko, Nachi), 1928 (Haguro, Ashigara) / 1928 (Nachi), 1929 (Myoko, Haguro, Ashigara
Gebruiker(s) Keizerlijke Japanse Marine
Specificatie

Afmetingen (lengte/breedte/diepgang) 204 m. / 17 m. / 5,8 m.
Bepantsering Gordel:100 mm, dekken en geschutskoepels: 40 mm / onderzijde koepels: 75 mm.
Bewapening 10x 203-mm kanons, 8x 127-mm luchtdoelkanons, 8x 25-mm luchtdoelkanons, 4x 13-mm luchtdoelmachinegeweren, 16x 610-mm torpedobuizen.
Vliegtuigen 3 watervliegtuigen
Voortstuwing 4 stoomturbines en 12 Kampton boilers van 96.940 kW (130.000 as-pk) naar vier schroeven.
Waterverplaatsing 11.633 ton standaard / 14.980 ton volbeladen
Snelheid/Bereik 35,5 knopen / 8000 zeemijlen
Bemanning 780

Einde

Nachi: Op 4 november 1944 tot zinkengebracht door vliegtuigen van de USS Lexington. Haguro: Op 16 mei 1945 tot zinken gebracht door het 26th Destroyer Flotilla van de Royal Navy. Ashigara: Op 8 juni 1945 tot zinken gebracht door de onderzeeër HMS Trenchant. Myoko: Verschroot in 1946.

De vier kruisers van de Myoko klasse vertoonden uiterlijk een duidelijke overeenkomst met de voorafgaande Aoba klasse. Ze waren echter ongeveer tien procent langer en hadden de intimiderende uitstraling die het volgende decennium de Japanse kruisers zou kenmerken.

De Myoko klasse was breder dan eerdere klassen. De kruisers hadden tien 8-inch kanons en ook een verbeterde bescherming. Net als de meeste schepen van dit type zagen ze er in Westerse ogen vreemd uit. Maar ze waren krachtig en het bleek uiterst moeilijk deze kruisers tot zinken te brengen.

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de torpedobewapening van de Myoko klasse uitgebreid tot zestien 24-inch torpedobuizen. De heersende aanvalsmentaliteit in de beginjaren van de oorlog zorgde ervoor dat de Keizerlijke Japanse marine met enorme bedragen gesteund werd. Maar in sommige gevallen ging men te ver met het opvoeren van de bewapening. Toen later in de oorlog het luchtafweergeschut met spoed uitgebreid moest worden, werd bij sommige schepen de torpedobewapening alweer teruggebracht.

Net als veel andere Japanse kruiserklassen lag ook de Myoko klasse zwaar onder vijandelijk vuur. Twee van de vier schepen zouden, ongebruikelijk genoeg, zijn vernietigd door de Royal Navy. De Ashigara werd in de Straat van Bangka tot zinken gebracht door torpedo's van de onderzeeër HMS Trenchant. De Haguro ging ten onder tijdens een klassiek uitgevoerde nachtelijke aanval door destroyers in mei 1945. De Nachi, die met de Haguro in begin 1942 het smaldeel van het ABDA-commando (American British Dutch Australian) had aangevallen in de Javazee, verging in november 1944. Dit schip werd vernietigd door carriervliegtuigen van de USS Lexington voor de kust van Leyte. De Myoko werd overgegeven in een totaal onbruikbare staat.

De Haguro opereerde in de Javazee, de Straat Sunda en voor de kust van Samar, en overleefde de Slag bij Midway, de strijd in de Empress Augusta Bay en de tweede Slag bij de Solomoneilanden.

Het was daarom voor de Britse Pacific Fleet des te bevredigender om de Haguro te kunnen onderscheppen toen het schip in mei 1945 door de Straat van Malakka voer. De kruiser was op weg om het garnizoen van de Andamanen te evacueren, maar werd aangevallen door vijf destroyers van de 26e Flottielje. Ze vielen aan volgens een goed gecoördineerde tactiek. Toen de Haguro probeeerde te ontkomen aan de torpedo's van de eerste destroyer, viel het schip automatisch ten prooi aan die van de tweede destroyer.

Links