Wikia


Panhard EBR
Ebr

Panhard EBR C met een FL11 toren

Type Zware pantserwagen
Land van herkomst Frankrijk
Bouwfirma Panhard
Ontwerp Panhard
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1939 / 1951-1960 / 1951-1987
Gebruiker(s)
Specificatie

Afmetingen (lengte / breedte / hoogte) 6,15 m. / 2,42 m. / 2,24 m.
Gewicht 13 ton
Motor(en) Panhard 12-cilinder benzinemotor van 200 pk.
Prestaties (snelheid / bereik) 100 km/ u / 630 km.
Bewapening 90-mm D921/F1 kanon of 75-mm SA49 kanon, 3 of 4x mitrailleuses MAC 31
Doorwaaddiepte 1,20 m.
Hellingshoek 60°
Verticaal obstakel 0,4 m.
Overschrijdend vermogen 2 m.
Bemanning 4
Gebouwd 1200
Gebruik (Landen) Frankrijk, Indonesië, Mauretanië, Marokko, Portugal, Tunesië,

De oorsprong van de Panhard EBR (Engin Blinde de Reconnaissance) of gepantserd verkenningsvoertuig voert terug naar 1937, toen Panhard et Levassor uit Parijs aan het ontwerp van een nieuwe pantserwagen begon die terreinvaardiger zou zijn dan de 4x4 pantserwagens die destijds bij het Franse leger in gebruik waren. Het eerste prototype werd in 1939 gebouwd met een 25-mm kanon en een 7,5-mm coaxmitrailleur. De meest ongebruikelijke eigenschap was dat van de acht loopwielen de middelste (twee aan elke kant) stalen velgen hadden voor verbeterde voortbeweging. Wanneer het voertuig over de weg reed, werden deze wielen opgetrokken door middel van een hydropneumatisch systeem dat door de chauffeur bediend werd, in moeilijk begaanbaar terrein werden ze naar beneden gelaten.

Na de Tweede Wereldoorlog was het Franse leger op zoek naar een nieuwe zware pantserwagen. Nadat diverse voorstellen van Franse bedrijven bekeken waren, kreeg Panhard & Levassor een contract voor een 8x8 voertuig en Hotchkiss een contract voor een 6x6 voertuig. Beide bedrijven bouwden prototypes en uiteindelijk koos het Franse leger voor het voertuig van Panhard & Levassor als de EBR. De eerste productie-exemplaren werden in 1950 voltooid. In de tien jaar dat het voertuig geproduceerd werd, zijn er circa 1200 exemplaren gebouwd. Naast de exemplaren van het Franse leger, werd het voertuig ook geëxporteerd naar Mauretanië, Marokko en Tunesië. Er werd ook een gepantserd personeelsvoertuig door Panhard ontwikkeld, de EBR VTT, op hetzelfde chassis. Een paar van deze voertuigen werden naar Portugal geëxporteerd, waar ze met name voor de binnenlandse veiligheid werden ingezet. Uiteindelijk werd de EBR in 1987 uitgefaseerd bij het Franse leger, zo'n vijftig jaar nadat hij ontworpen was.

De bestuurder zat voorin, met de commandant en schutter in het midden van het voertuig, de motor bevond zich in de vloer, en de tweede bestuurder zat achterin. De EBR had een FL-11 koepel met een 90-mm kanon, een 7,5-mm coax-mitrailleur en twee elektrische rookwerpers. In een koepel die heen en weer te bewegen was was het kanon bevestigd aan het bovenste gedeelte van de koepel, dat op het onderste gedeelte van de koepel draaide. Het 90-mm kanon vuurde de volgende types vaste munitie: HEAT, HE,rookprojectielen en kartets voor nabijverdediging. In totaal konden drieënveertig 90-mm granaten en tweeduizend 7,5-mm patronen worden meegevoerd.

Een andere ongebruikelijke eigenschap van de EBR was dat de bestuurders aan de voor- en achterzijde elk een vast 7,5-mm machinegeweer hadden. Sommige voertuigen hadden de FL-10 koepel van de AMX-13 lichte tank die bewapend was met een 75-mm kanon met twee magazijnen van het revolvertype, met elk zes granaten. De twaalf granaten konden zeer snel afgevuurd worden, waarna de magazijnen handmatig herladen moesten worden van buiten het voertuig. Het grootste nadeel van deze combinatie was dat het gewicht de vijftien ton overschreed. Ook was de hoogte toegenomen, zodat het voertuig makkelijker gezien kon worden in het veld.