Wikia


Panzer 61
PZ61
Type Middelzware tank
Land van herkomst Zwitserland
Bouwfirma Eidgenössische Konstruktionswerkstätte Thun
Ontwerp Eidgenössische Konstruktionswerkstätte Thun
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1953 / 1964-1967 / 1964-1994
Gebruiker(s) Zwitsers leger
Specificatie

Afmetingen (lengte / breedte / hoogte) 9,45 m. / 3,06 m. / 2,72 m.
Gewicht 39 ton
Motor(en) Mercedes-Benz 837 8-cil. diesel watergekoeld van 463 kW (630 pk)
Prestaties (snelheid / bereik) 55 km/u / 300 km op de weg, 160 km in terrein.
Bewapening 1x 105-mm Royal Ordnance L7 kanon, 2x 7,7-mm machinegeweren
Doorwaaddiepte
Hellingshoek 35°
Verticaal obstakel 75 cm.
Overschrijdend vermogen 2,60 m.
Bemanning 4
Gebouwd 150
Gebruik (Landen) Zwitserland

In 1953 gaf de regering opdracht voor de ontwikkeling van een eigen tank. De Eidgenoessische Konstruktionswerkstaette (K+W), later opgegaan in RUAG, in Thun kreeg de opdracht. Deze tank kreeg uiteindelijk een Brits 105-mm kanon. Van de Panzer 58 zijn in totaal 12 exemplaren gemaakt, inclusief 2 prototypen.

Eenmaal uitontwikkeld plaatste de Zwitserse regering op 16 maart 1961 een order voor 150 tanks, deze kregen de aanduiding Panzer 61. De tanks werden geleverd in de periode van 1964 tot 1967.

De tank had een standaardindeling, met voorin de chauffeur, in het midden de koepel en achterin de motor, versnellingsbak en besturing. De motor was een Mercedes-Benz dieselmotor type 837 met 8 cilinders in V opstelling. De cilinderinhoud was 29.900 cc. Het vermogen was 630 pk bij 2.200 toeren per minuut. Er was een tweede hulpmotor geïnstalleerd voor het opwekken van energie voor het starten van de hoofdmotor, de bediening van de geschutskoepel en apparatuur, maar deze kon ook – voor zeer korte afstanden – worden gebruikt om de tank voort te bewegen. Deze 4 cilinder dieselmotor had een vermogen van 31 pk. De versnellingsbak telde zes versnellingen voor- en twee achteruit. De maximale snelheid op de weg was 55 km/u en in terrein lag dit op ongeveer 30 km/u. Het voertuig kon 760 liter dieselolie meenemen in de brandstoftanks.

De romp en de toren van de tank waren gemaakt van gegoten staal. De koepel was in het midden geplaatst en bood ruimte aan drie bemanningsleden, de commandant, richter en lader. De lader zat als enige links in de koepel. De commandant en lader beschikten beiden over een eigen koepeltje met glas voor observaties buiten de tank. Naast het Royal Ordnance L7 kanon met kaliber 105-mm was een 20-mm snelvuurkanon van Oerlikon geplaatst. Ten slot was het uitgerust met een 7,5-mm machinegeweer, deze was gemonteerd boven op de koepel en bood enig afweer tegen vliegtuigen.

In de tank was ruimte voor 56 granaten met kaliber 105-mm. Hiervan stonden er 12 opgesteld in de toren voor direct gebruik en de overige 44 stonden - gelijk verdeeld - links en rechts van de chauffeur aan de voorzijde van de tank.

De laatste verbeterde versie, de Panzer 61 AA9, kreeg in plaats van het 20-mm snelvuurkanon een tweede 7,5-mm machinegeweer.

Van deze tank zijn 150 exemplaren gemaakt. Alle eenheden zijn in gebruik genomen door het Zwitserse leger. Ze waren in dienst tot medio 90'er jaren. De tank werd stapsgewijs verbeterd tot en met de Panzer 61 AA9. Deze had in plaats van het 20-mm snelvuurkanon een tweede 7,5-mm machinegeweer. Dit leidde uiteindelijk tot de Panzer 68.