Wikia


TauchFahig

Testen van een Panzerkampfwagen III (3,7 cm Kw.K. L/45) Ausf. F(U) „Tauch Fähig“ (Sd.Kfz. 141), (voor de specificaties zie: Panzerkampfwagen III

Ter voorbereiding van Operatie Seelöwe (zeeleeuw), de invasie van Groot-Brittannië die de Duitsers in 1940 wilden uitvoeren, werden pantservoertuigen aangepast voor amfibische operaties en zelfs duikoperaties tot een diepte van vijftien meter.

Tussen september en oktober 1940 werden er drie eenheden van Panzerregiment Nr.2 geformeerd als Panzerabteilunggen A,B en C. Hun Panzerkampfwagen III en Panzerkampfwagen IV tanks werden duikvaardig gemaakt en deze werden in Putlos, in het noorden van Duitsland getest.

Alle openingen in de voertuigen werden gedicht en de luchtinlaat voor de motor werd verwijderd. De toren werd afgesloten met een rubberen ring en er werden afdekrubbers gebruikt voor het hoofdgeschut, de affuit en de commandantskoepel. Al deze afdekrubbers hadden een slagsnoer zodat wanneer de tank boven water kwam, de rubbers opgeblazen konden worden waardoor de tank direct weer in actie kon komen.

Als de tank zich onder water bevond, werd er frisse lucht aangevoerd door een achttien meter lange flexibele slang met een diameter van twintig centimeter die versterkt was met een wapeningsnet. Het bovenste uiteinde van deze slang was voorzien van een boei zodat hij bleef drijven. Voor de communicatie onder water was er aan deze boei een radioantenne bevestigd.

De uitlaten waren voorzien van eenrichtingskleppen om het water buiten te houden. De motor werd tijdens duikoperaties door het zeewater gekoeld en een lenspomp pompte lekwater weg.

Voor de navigatie onder water was er een richtinggyroscoop, maar de coördinatie geschiedde vooral via een radioverbinding vanaf het landingsvaartuig dat de tanks vervoerd had, naar de zeebodem via richels langs de zijkanten van het vaartuig. Generaal Georg-Hans Reinhardt leidde de tests en besloot dat de tanks een camouflagepatroon moesten krijgen dat gelijkenissen met het zeewater vertoonde.

De tests met deze Panzerkampfwagen III (Tauch Fähig) vielen onder de supervisie van Kapitän zur See Paul Zieb, die alle mogelijke voorzorgsmaatregelen trof ten aanzien van de veiligheid van zijn tankbemanningen. Hij schreef: "Om te allen tijde visueel contact te houden met de tank, werden er twee zeven meter lange stokken op de tank gemonteerd, groen geschilderd aan bakboordzijde, en rood aan stuurboordzijde. Er werden twee ondiepe drijfkranen verankerd. Aan boord waren artsen en verplegend personeel met reanimeringsapparatuur voor het geval er water of uitlaatgassen in de tanks kwam. De kraanschepen werden gesteund door twee onderzeeboten, twee sleepboten en twee motorboten, die stand-by waren. Beide kraanschepen hadden radioapparatuur."

Tijdens de tests gebeurden er enkele ongevallen en er viel minimaal één dode door de verstikkende uitlaatgassen. Op 20 juli reed een duiktank in een greppel en liep vast. Een amfibische tractor probeerde de tank te bergen, maar hij zat zo vast dat de bemanning hem moesten laten zinken. Ze ontkwamen door hun reddingsuitrusting te gebruiken. Twee dagen later liep een tank op een rots en moest uit het water getild worden. Deze ongevallen maakten duidelijk dat het moeilijk was om onder water obstakels te ontwijken.

De produktie liep door tot april 1941. De meeste tanks werden toegewezen aan een bataljon van Panzerregiment Nr.18 van de 18e Panzer Division. Tijdens Operatie Barbarossa werden tachtig Panzerkampfwagen III ingezet bij de oversteek van de rivier Bug in juni 1941.

LinksEdit

Axis Tanks and Combat Vehicles

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki