Wikia


Petlyakov Pe-8
Pe-8

Type

Lange-afstands bommenwerper

Land van herkomst

Rusland
Bouwfirma Factory No. 124
Ontwerp Vladimir Petlyakov
Productie (eerste vlucht / In gebruik / produktie) 1936 / 1940 / 1936-1944
Gebruiker(s) Russische luchtmacht
Specificatie

Afmetingen (lengte / spanwijdte / hoogte / vleugeloppervlak) 23,3 m. / 39,13 m. / 6,20 m. / 188,66 m²
Gewicht (leeg / max. startgewicht) 18.571 kg. / 35.000 kg.
Motor(en) 4x Mikulin AM-35A vloeistofgekoelde V12 motoren van 999 kW (1340 pk.) elk.
Prestaties (snelheid / plafond / bereik) 443 km/u / 9300 m. / 3700 km.
Bewapening 2x 20-mm ShVAK kanonnen in een dorsal en staartkoepel, 2x 12,7-mm Berezin UBT machinegeweren in een gondel aan de motor, 2x 7,62-mm ShKAS machinegeweren in de neus, tot 5000 kg. aan bommen, ook uitgerust voor de 5000 kg. zware FAB 5000NG bom
Bemanning 11
Gebouwd 93
Gebruik (Landen) Rusland

De Petlyakov Pe-8 was de enige moderne viermotorige bommenwerper waarover de Sovjetunie tijdens de Tweede Wereldoorlog beschikte. Het oorspronkelijke ontwerpconcept was door A.N. Tupolev opgezet naar een uit medio 1934 stammende specificatie voor een vliegtuig in deze klasse. De Pe-8 was een middendekker die, op de met doek beklede stuurvlakken na, geheel was vervaardigd van metaal. De toenmalig als ANT-42 bekende bommenwerper had een staartwielonderstel waarvan alleen de hoofdeenheden werden ingetrokken. De geplande voortstuwing bestond uit vier in de vleugel gemonteerde motoren met een centrale compressorinstallatie in de romp, maar ten tijde van de eerste vlucht, op 27 december 1936, was de ATsN-compressorinstallatie niet beschikbaar, zodat de ANT-42 vloog met vier Milukin M-100 V-motoren van 820 kW (1100 pk). Hoewel het toestel kort daarop zwaar beschadigd raakte tijdens een landing, werd het officiële testprogramma in 1937 voltooid. Daarna kwam de compressor van ATsN gereed, die werd aangedreven door een enkele M-100 in de romp. Het tweede ANT-42 prototype, die op vele punten was verbeterd en een ATsN-2/M-100A compressorinstallatie had, vloog op 26 juli 1938. Er was accommdatie aanwezig voor elf personen en het toestel had een volledige bewapening, bestaande uit elektrisch bediende rug- en staartkoepels, elk met een ShKAS 7,62-mm machinegeweer, een neuskoepel met een (later twee) ShKAS machinegeweer, plus in elke binnenboordse motorgondel een 12,7-mm machinegeweer-opstelling, die via een kruipgang door de vleugel toegankelijk was voor de schutter. De standaard bommenlast bestond uit zes bommen van 100 kg. of vier van 250 kg., maar op geschikte korte afstanden kon het type met tot 4000 kg. bommen worden overladen.

In april 1937 werd autorisatie verleend voor de bouw van vijf prototypes, maar daarna was er sprake van een poging om het programma stop te zetten. In 1939 werd de produktie definitief goedgekeurd onder de aanduiding TB-7. Deze vijf voorserie-toestellen weken van de ANT-42 af door het vervallen van de ATsN-compressorinstallatie en het vervangen van de motoren door AM-35 motoren met compressor, terwijl tegelijkertijd enige verbeteringen aan het airframe werden geïntroduceerd. De aflevering van deze voorproduktie-exemplaren begon in mei 1940. De prestaties van de AM-35 krachtbron bleek teleurstellend, hetgeen leidde tot de evaluatie van diverse verschillende motoren, maar in oktober 1940 werd de ACh-40 dieselmotor van 1044 kW (1400 pk) geselecteerd als standaard voortstuwing. Deze bleek onbetrouwbaar, waarna de AM-35A versie van 1007 kW (1340 pk) werd ingebouwd, totdat die bij de in dienst zijnde toestellen werd vervangen door de ACh-30B dieselmotor van 1119 kW (1500 pk). In de nacht van 7 op 8 augustus 1941 voerden achttien Pe-8's een luchtaanval uit op Berlijn. Een crash bij de start vanwege motoruitval en de gedwongen landing van acht toestellen om dezelfde reden leidden echter tot het uiteindelijke besluit om af te zien van het gebruik van dieselmotoren. De aanduiding TB-7 had men inmiddels laten vallen ten gunste van Pe-8. Toen de produktie in 1941 werd stopgezet waren er in totaal 79 exemplaren gebouwd, waarvan er eind 1942 circa 48 waren uitgerust met de ASh-82FN motor. Een toestel met AM-35A motoren maakte tussen 19 mei en 13 juni 1942 een opmerkelijke vlucht in etappes tussen Moskou en Washington en terug. De resterende Pe-8's werden in de jaren 1942-'43 intensief ingezet voor nabijheidsbombardementen, vanaf februari 1943 werden ze ook gebruikt voor het op speciale puntdoelen afwerpen van de FAB-5000NG bom van 5000kg.

Aan het eind van de oorlog waren er circa 30 Pe-8's overgebleven die voor een verscheidenheid aan taken werden ingezet, waaronder die van vliegend testplatform voor motoren. In 1952 speelde een tweetal Pe-8's een belangrijke rol bij het opzetten van een basis in het Zuidpool-gebied. Ze keerden van de expeditie met een non-stopvlucht van 5000 km. terug in Moskou.

Links