Wikia


T-26
T26

T26M39 (T-26-1)

Type Lichte tank
Land van herkomst Rusland
Bouwfirma Factory No. 174 genoemd naar K.E. Voroshilov in Leningrad, Stalingrad Tractor Factory
Ontwerp OKMO of Bolshevik Plant in Leningrad
Productie (ontwerp / productie / in dienst) 1928-1931 / 1931-1941 / 1931–45 (Rusland), 1936–53 (Spanje), 1940–61 (Finland)
Gebruiker(s)
Specificatie: T-26 mod. 1933

Afmetingen (lengte / breedte / hoogte) 4,65 m. / 2,44 m. / 2,24 m.
Gewicht 9600 kg.
Motor(en) 1x GAZ T-26 (Armstrong Siddeley type) 4-cilinder watergekoelde boxermotor van 67 kW (90 pk)
Prestaties (snelheid / bereik) Terrein: 21 km/u, Weg: 31 km/u / Terrein: 140 km., Weg: 240 km.
Bewapening 1x 45 mm 20K anti-tankkanon M1932-1933, 1x 7,62-mm Degtyaryov machinegeweer
Doorwaaddiepte
Hellingshoek 40°
Verticaal obstakel 79 cm.
Overschrijdend vermogen 1,9 m.
Bemanning 3
Gebouwd 12.000
Gebruik (Landen) Rusland, Finland, Spanje, China, Turkije, Duitsland, Roemenië, Hongarije, Afghanistan.

Eind jaren twintig was er behoefte aan nieuwe tanks voor het Rode Leger. Net als veel andere landen koos de Sovjet-Unie voor een infanterie-ondersteunende tank. Nadat ontwikkelingspogingen voor een nieuw ontwerp niet slaagden, werd besloten om een Brits commercieel type, de Vickers Type E lichte tank van zes ton,in massaproductie te nemen. Deze kreeg de naam T-26. De eerste exemplaren van het Brits model arriveerden in 1930 en kregen de naam T-26A-1. De Russische productie van de T-26 startte in 1931. De vroege modellen hadden twee koepels met machinegeweren (twee 7,62-mm wapens in de T-26A-2 en een 12,7-mm mitrailleur in de T-26A-3), maar sommige hadden een machinegeweer in de ene koepel en een kanon in de ander. Bij de T-26A-4 was dit een 27-mm kanon, bij de T-26A-5 een 37-mm exemplaar. Deze combinatie hield niet lang stand, latere T-26B modellen hadden één koepel met alleen een kanon (37-mm bij de T-26B-1, hoewel later ook vaak een 45-mm kanon werd gebruikt.

De vroege T-26 tanks waren directe kopieën van het Engelse origineel. Het waren simpele, robuuste voertuigen die grotendeels met klinknagels geconstrueerd waren. Het eerste model was de T-26 Model 1931(T-26A). Deze werd in productie opgevolgd door de T-26 Model 1933 (T-26B),die enkele ontwerpverbeteringen kende. De Model 1933 was van alle Sovjettanks van voor 1941 de meest geproduceerde. Voordat in 1936 de productie stopte, waren er ongeveer 5500 gebouwd. In 1937 werd een nieuw model, de T-26S Model 1937, in productie genomen. Deze week iets af van de voorgaande modellen, hij had een 45-mm kanon die ook bij de latere versies van de Model 1933 werd geïnstalleerd, maar dan in een verbeterde koepel en gelast in plaats van geklonken, zoals geïntroduceerd werd bij de T-26B-2. Het lassen in plaats van het gebruik van klinknagels was een consequentie van de ervaringen van het Rode Leger bij de grensconflicten met het Japanse leger langs de grens van Mongolië en Mantsjoerije, in 1934 en 1935. Hier bleek dat als een T-26 geraakt werd door vijandelijk vuur, de nagels door de tank heen vlogen en de personen binnenin ernstig konden verwonden. De gelaste constructie werd geïntroduceerd bij de latere Model 1933, en werd standaard bij de T-26S. Gedurende hun periode in actieve dienst ondergingen in actieve dienst ondergingen de T-26 tanks vele veranderingen, veelal bedoeld om de bewapening en de bepantsering te verbeteren (minimal 6mm en maximaal 25 mm). Er waren ook veel speciale versies, zoals de vlammenwerpende tank (met het voorvoegsel OT). Ook hier waren vele varianten van, variërend van de OT-26 tot de OT-133. Bij de meeste modellen zat de vlammenwerper in de koepel op de plek van het kanon, maar bij latere modellen zat de vlammenwerper naast het kanon. Er waren ook brugleggende versies (ST-26) en er werd gepoogd een 76,2-mm kanon te installeren voor betere infanterievuursteun. Het type werd ook ontwikkeld als commandovoertuig, met als varianten de T-26A-4(U) en de T-26B-2(U).

De productie van de T-26 serie eindigde in 1941 toen de binnenvallende Duitse troepen de meeste tankproducerende fabrieken vernietigden. Nieuwe productiecentra in het achterland kwamen met nieuwe tankontwerpen, maar tegen 1941 waren er meer dan 12.000 T-26 tanks van alle modellen gebouwd. Ze behoorden tot de talrijkste pantservoertuigen die door het Rode Leger gebruikt werden tijdens de beginfase van de 'Grote Patriottische Oorlog'. Ook werden ze in 1939 en 1940 ingezet in Finland en sommige waren eerder tijdens de Spaanse Burgeroorlog gebruikt. Na 1941 werden enorme aantallen T-26 tanks vernietigd of vielen in Duitse handen. Vele werden tot artillerietractor of voertuigen van gemotoriseerd geschut omgebouwd,doorgaans door de Duitsers,die altijd behoefte aan dergelijke voertuigen had. Globaal gezien was de T-26 een niet al te bijzondere tank, die niet aan de eisen die in 1941 golden kon voldoen, maar hij stelde de Sovjet-Unie in staat om zijn eigen fabrieken voor massaproductie aan te wenden en kennis over pantservoertuigen op te bouwen. Deze factoren kwamen na 1941 goed van pas.


T-26 varianten zie: T-26 varianten Wikipedia