Wikia


De BGM-109G GLCM (Ground-Launched Cruise Missile, vanaf de grond gelanceerde kruisraket) had een kernkop met een kracht tussen 10 en 50 kT en opereerde op zeer lage hoogte. Het was een uiterst accuraat wapen vanwege zijn geavanceerde, computergestuurde navigatiesysteem.

GLCM-Launch-TEL-S

Een BGM-109C wordt gelanceerd vanuit zijn mobiele lanceerinstallatie.

Elke raket met autonome geleiding moet bij de start van zijn vlucht zijn exacte positie weten. In het geval van de BGM-109G was elke lanceerlocatie van tevoren onderzocht, zodat de exacte coördinaten voorbereid konden worden en overgebracht konden worden naar het geleidingssysteem van de raket. Dit systeem kende de contouren van het terrein waar de raket overheen vloog. De raket moest dus niet alleen zijn lanceerpositie in gebruikelijk geografisch opzicht weten, maar ook de exacte hoogte boven zeeniveau.

AccuratesseEdit

In het computergeheugen van de raket waren alle benodigde 3-D details opgeslagen over de lanceerpositie, de vluchtbaan die naar het doel gevolgd moest worden en de precieze locatie voor het doel. Zoveel mogelijk werd gebruik gemaakt van vooraf gekozen lanceerstellingen, maar het was ook essentieel dat er uitgeweken kon worden naar een alternatieve lanceerstelling (bijvoorbeeld als men het vermoeden had dat de originele lanceerlocatie bekend was geworden bij de vijand). Vanaf 1987 maakte een GPS-systeem het mogelijk om lanceergegevens in het geheugen in te voeren binnen enkele seconden voor het arriveren bij een nieuwe locatie. Navstar was accuraat binnen ongeveer tien meter. Dit was voldoende voor de raket. De gegevens, die digitaal werden ingevoerd in het geheugen, betroffen de breedte, lengte, hoogte, snelheid binnen 0,01 meter per seconde (nul voor de lancering, gerelateerd op het aardoppervlak) en tijd binnen enkele nanoseconden.

Na de lancering berekende de computer automatisch de meters en seconden tijdens de klim, terwijl de raket zichzelf veranderde van een strak ingepakte cilinder tot een klein vliegtuig. De raketmotor leverde geleidelijk stuwkracht en acceleratie. Gedurende de vlucht bewoog de raket niet heftiger dan een modern jachtvliegtuig. Voor vliegtuigen met straalmotoren is het van belang om hoog te vliegen omdat dit brandstof bespaart en omdat dit het bereik verlengt. Het kerosineverbruik van de kleine F107 turbofan was ongeveer een tiende van dat van een soortgelijke raket. Ondanks de bescheiden afmetingen van de brandstofopslag kon de raket daardoor een afstand tot bijna 2900 kilometer afleggen. Dit bereik werd kleiner als de raket op lagere hoogte vloog.

De eerste paar honderd kilometer konden doorgaans zo zuinig mogelijk afgelegd worden, op grote hoogte, door bevriend of neutraal luchtruim. Tijdens dit gedeelte gebruikte de raket zijn eigen geleidingssysteem. Dit bestond uit supergevoelige gyroscopen en versnellingsmeters. Deze maten de exacte beweging van de raket en berekende continu de output in termen van gewijzigde breedte en lengte vanaf het lanceerpunt. Er werd geen radiosignaal verzonden, dus de raket gaf geen waarschuwing over zijn nadering. Hoewel hij op een hoogte van zo'n 12.200 meter vloog, kon de raket worden waargenomen door radars die zich op een afstand van meer dan vierhonderd kilometer bevonden. Daarom was hij zeer klein en zo ontworpen dat zijn radar-dwarsdoorsnede minimaal was. Het was van groot belang dat de kruisraket zo lang mogelijk onopgemerkt zou blijven voor de vijandelijke radars. Zijn kleine afmetingen en zorgvuldig ontworpen vorm maakten dat hij moeilijk waarneembaar was.

De nauwkeurigheid van een traagheidssysteem neemt geleidelijk af. Een ballistische raket kan intercontinentale vluchten in dertig minuten afleggen, maar een langzame kruisraket heeft binnen diezelfde tijdspanne een veel kleiner bereik. Na een of twee uur beginnen de cumulatieve effecten van diverse fouten in de berekeningen hun tol te eisen. Zo kan een traagheidssysteem na een of twee uur vijfhonderd meter uit koers geraken. Wel zijn er manieren om de positie van de raket te checken als deze boven land vliegt. Hiermee kan het traagheidsnavigatiesysteem geactualiseerd worden, zodat de raket zijn nauwkeurigheid behoudt.

Tercom-systeemEdit

De BGM-109G was uitgerust met een Tercom (Terrain Contour Matching, terreincontourvergelijken) back-upsysteem. In dit systeem waren miljoenen beelden opgeslagen van de achtereenvolgende hoogten van het terrein waarboven de raket vloog. Hiermee werd een exact profiel weergegeven van het aardoppervlak, dat voor elke vlucht over een bepaalde route uniek was.

Zodra het Tercom-systeem ingeschakeld was, begon een nauwkeurige radarhoogtemeter de verticale afstand tot de grond te berekenen. Deze cijfers leverden de raket exacte informatie over de grond onderweg op. De computer aan boord van de raket paste zijn vluchtbaan daarop aan, totdat de raket exact op koers was. Ook werd het navigatiesysteem opgewaardeerd. Het Tercom-systeem bleef de hoogte van het terrein met tussenpozen meten en vergelijken. Zo werd de geleiding constant bijgewerkt en de exact gewenste route gevolgd. Wat het proces bemoeilijkte, was dat de raket - om niet opgemerkt te worden door de vijandelijke radar - in dit stadium al bijna op grondniveau moest vliegen. Normaal hield hij een hoogte aan van circa vijftien meter, maar over heuvelig gebied steeg dit tot ongeveer tweemaal deze hoogte boven de grond. Bij bergen kon dit zelfs oplopen tot honderd meter. De hoogteberekeningen van het Tercom-systeem moesten dus afgetrokken worden van de hoogte van de raket (bekend van de luchtdruk en de traagheidsmetingen) om de ware welvingen in het aardoppervlak te kunnen bepalen.

Eindgeleiding tot doelEdit

Als de raket in de buurt van zijn doel kwam, schakelde hij over op zijn derde geleidingsmethode, de meest accurate van de drie. De TCU (Terminal Correlator Unit, systeem voor berekening van de onderlinge afstand tussen de raket en het doel) bevatte miljoenen getallen die een digitale, gedetailleerde afbeelding van het doel vormden. De afbeelding toonde het doel zoals dit gezien zou worden door de naderende raket, gebruik makend van verschillende zichtbare en infraroodgolflengten. De raket zou dan verder gaan met zijn zoektocht naar het doel, precies wetend waar te kijken, door middel van radar, optische en infraroodsensoren. De computer digitaliseerde de afbeelding en vergeleek deze met die van de TCU. De computer stuurde de raket vervolgens zo dat de twee getallenreeksen samenvielen.

Als de raket op zijn doel afdook, werd zijn nauwkeurigheid constant verfijnd door naar het doel te 'kijken'. Tests hadden aangetoond dat de uiteindelijke mogelijke afwijking, de CEP (Circular Error Probable), zeer waarschijnlijk nooit hoger zou zijn dan 18,3 meter. Dit was een ongekende nauwkeurigheid na een vlucht van zo'n 2800 kilometer die in net iets meer dan drie uur was afgelegd.

LinksEdit

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki