Wikia


Type 38
T38

Type

Veldgeschut

Land van herkomst

Japan
Bouwfirma Osaka Arsenal
Ontwerp Krupp
Productie (ontwerp / productie / in dienst) - / - / 1905-1945
Gebruiker(s) Keizerlijk Japans Leger
Specificatie

Afmetingen (lengte / lengte loop) 5,2 m. in vuurpositie / 2,29 m.
Gewicht 1910 kg. / in actie:1136 kg.
Kaliber 75-mm
Mondingssnelheid 603 m/sec.
Vuursnelheid 15 per 2 minuten
Aanvoer Manueel
Munitie Fixed QF 75 x 294mm R
Elevatie -8° tot +43°
Traverse
Gebouwd 3059
Gebruik (Landen) Japan

Westerse inlichtingendiensten gaven de naam 75-mm veldgeschut Type 38 (verbeterd) aan een type kanon dat alom in gebruik was bij Japanse veldbatterijen tussen1935 en 1945. Het model stamde af van een Krupp-ontwerp. Dat ontwerp was ooit onder licentie in productie gegaan in Japan, een generatie eerder, om precies te zijn in 1905. Dat was het oorspronkelijke Type 38. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de Japanners zoveel ontwikkelingen op artilleriegebied kunnen observeren dat ze in staat waren verbeteringen in het ontwerp aan te brengen.

De meest in het oog springende vernieuwing betrof de dissel. De oorspronkelijke enkele ronde dissel van Krupp werd vervangen door een hol ontwerp met twee disselbomen. Deze innovatie schiep letterlijk ruimte voor een grotere elevatiehoek van het kanon. Daardoor nam ook het bereik van het wapen toe. Andere wijzigingen waren gericht op het veranderen van de gewichtsverdeling van de loop op het onderstel, en ook het terugstootmachanisme onderging enkele veranderingen. Het nieuwe kanon kreeg van de geallieerden de aanduiding Field Gun Type 38 (Improved). In 1941 waren nagenoeg alle Type 38 kanonnen naar deze status gemodificeerd, dus de extra aanduiding tussen haakjes was eigenlijk overbodig.

Ondanks de Japanse verbeteringen was het Type 38 een weinig in het oog springend wapen, en dat gold ook voor de prestaties. Gedurende zijn lange loopbaan werd dit ontwerp nooit voorzien van een trekoog, en daarom moest het tot in 1945 door paarden of muilezels getrokken worden. Het voorkomen van het wapen was ouderwets, en het kanon was eigenlijk een overblijfsel uit lang vervlogen tijden. De enige reden dat het nog zo lang in dienst bleef was, dat de Japanse industrie er niet in slaagde voldoende artillerie te produceren. Diezelfde industrie bouwde veel moderner en krachtiger veldgeschut (van het kaliber 75-mm en meer) bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, maar dat waren er nooit genoeg om de in dienst zijnde Type 38 kanonnen te vervangen. Bij gebrek aan beter werden Japanse kanonniers dus opgezadeld met verouderde wapens.

In de eerste fase van de Japans-Chinese oorlog in de jaren dertig voldeed het Type 38 nog prima. Maar toen de Japanse aanval op Pearl Harbor de geallieerden eind 1941 dwong de wapens op te nemen, zag het er opeens heel anders uit. Na de eerste eenvoudige successen moesten Japanse kanonniers het bij iedere confrontatie afleggen tegen de vuurkracht van geallieerde artillerie, zelfs als dat kleine eenheden waren. In directe confrontaties was het Type 38 geen uitblinker. Het kanon werd een soort blok aan het been voor de Japanse artillerie, daar verplaatsen alleen met trekdieren mogelijk was. Onder vijandelijk vuur of in lastig terrein liep dat vaak spaak en veel Japanse kanonnen gingen verloren of werden uitgeschakeld om de eenvoudige reden dat ze niet snel genoeg teruggetrokken konden worden. Na 1945 kwamen grote hoeveelheden van het Type 38 in handen van verscheidene officiële en enige minder officiële strijdkrachten in Zuidoost-Azië. Het wapen werd tegen het eind van de jaren veertig ingezet tegen Franse troepen in Indochina.