Wikia


De eerste op afstandbestuurde zeemijn werd in 1843 ontwikkeld door de bekende Amerikaanse wapenontwerper Samuel Colt: Op een afstand van 8 km bracht hij via een
U-boot Abwehrmine B

Een Duitse U-boot Abwehrmine.

elektrische kabel een springlading onder water tot ontploffing en blies daarmee een schip op. De Pruisen zetten in 1848 een vergelijkbaar wapen in tegen de Deense marine.

'Hertz' hoornsEdit

Vóór de Eerste Wereldoorlog was de ontwikkeling gericht op de contactmijn. Deze bolvormige drijvende mijn bestond uit een gewicht dat het wapen onder water hield met een verbindingskabel naar de eigenlijke drijfmijn, die was voorzien van een kabel en van korte uitstekende punten ('Hertz' hoorns) die elk een glazen buisje bevatten met zuur. Als zo'n hoorn werd verbogen of beschadigd, brak het glas. Dan kwam het zuur vrij dat optrad als elektrolyt voor een droge cel. Die stuurde dan een electrische impuls de lading in, waarop de mijn explodeerde. Mijnen van dit type werden in beide wereldoorlogen ingezet. Ook vergelijkbare exemplaren die door de Iraniërs werden gebruikt in de oorlog tussen Irak en Iran in de jaren tachtig van de vorige eeuw, vormden nog een bedreiging van de scheepvaart. De Iraanse mijnen waren van het type M-08-4 uit Noord-Korea, gebouwd naar Russisch ontwerp. De cijfers '08' gaven aan dat het ontwerp uit 1908 stamde, ongelooflijk maar waar. Deze mijnen bevatten 115 kg TNT en werden op dieptes tussen 1,35 m en 6 m gelegd.

De Keizerlijke Russische marine was een groot voorstander van het gebruik van mijnen geweest, maar de opgedane ervaring ging verloren na de revoluties van 1917. Pas in 1921 werd in de Sovjet-Unie een nieuw bureau opgericht dat mijnen moest ontwikkelen en testen. Dit bureau bouwde de M26 die door oppervlakteschepen moest worden gelegd, en de PLT voor gebruik door onderzeeërs. Voor het begin van de Tweede Wereldoorlog had dit bureau de geavanceerde AGSB antennemijn ontwikkeld, die bestond uit een M26 met een ontstekingsysteem waarmee het wapen tot op 560 m diepte kon worden gelegd.

De explosieve lading in zeemijnen was bijzonder effectief doordat het zeewater de explosie enige tegendruk gaf, waardoor de energie op de scheepswand geconcentreerd werd. Zulke mijnen konden een lading bevatten van 272 kg en werden doorgaans tot 180 m diep gelegd. De Japanners ontwikkelden zelfs contactmijnen aan 1100 m lange lichtgewichtkabels, zodat ze in de diepe wateren van de Stille Oceaan konden worden gelegd. De voornaamste Japanse mijn was het Type 93, die die had vier, zeven of negen Hertz hoorns.

Over de randEdit

Mijnen werden gelegd via de achtersteven van een schip. Nadat het gewicht naar de zeebodem was gezonken werden de kabels gevierd totdat de mijn vlak onder het
WAMUS Mine mk6

Een Amerikaanse Wamus Mk 6 mijn.

wateroppervlakte zweefde. Mijnen konden kleine schepen tot zinken brengen en grotere oorlogsschepen vleugellam maken zodat ze een makkelijke prooi werden voor aanvallende vliegtuigen, onderzeeërs of andere oppervlakteschepen.

Het Duitse assortiment aan mijnen omvatte onder andere een 1000 kg zware magnetische Luftmine.Deze werd door een vliegtuig afgeworpen en landde aan een parachute. Deze mijn vormde een grote bedreiging van de scheepvaart omdat hij was uitgerust met een dubbelwerkende ontsteking. Hoewel het wapen een dunne ommanteling had, was de explosieve kracht groot. Een andere vanuit de lucht gelegde mijn was de Bombermine, die bij Britse mijnopruimingsdiensten bekend stond onder de naam G-mine.

In september 1939 begonnen de Duitsers mijnen te leggen die reageerden op het magnetisch veld van een schip. Deze maakten talloze slachtoffers. De beschikbare voorraad van deze wapens was echter spoedig uitgeput en de Britse Royal Navy ontwikkelde demagnetiseringsmethoden om het magnetisch veld van schepen te neutraliseren.

Deze magnetische mijn werd opgevolgd door de akoestische mijn. Deze werd tot ontploffing gebracht door het geluid van scheepsschroeven of van scheepsmotoren. Evenals de magnetische mijn werd dit type haastig in gebruik genomen door de Duitse marine en dit leverde aanvankelijk in 1940 enige successen op. De Britse Royal Navy ontwikkelde echter tegenmaatregelen.

De meest ingenieuze mijn die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog toepasten, was de drukmijn. Dit wapen kreeg de geallieerde codenaam Oyster ('Oester'). Dit type werd in ondiep water gelegd en werd door middel van een membraanontsteking tot ontploffing gebracht door de drukgolf onder de scheepsromp. De technologie was reeds in het begin van de oorlog beschikbaar, maar de Kriegsmarine paste het wapen aanvankelijk niet toe omdat er geen tegenmaatregel mogelijk was. De Duitsers waren bang dat de Britten het idee zouden afkijken en dan hun eigen drukmijnen zouden produceren. In het ondiepe water van de Oostzee zouden die dood en verderf kunnen zaaien onder Duitse schepen. Het ondiepe water aldaar was ideaal voor het gebruik van drukmijnen.

Omdat dit type mijn per parachute op de bestemde plaats werd afgeleverd, konden drukmijnen niet erg nauwkeurig worden gelegd. In januari 1944 hadden de geallieerden echter een navigatieradar voor vliegtuigen ontwikkeld waarmee drukmijnen zeer exact geplaatst konden worden.

Direct na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden de Britten een reeks uit de lucht af te werpen mijnen, zoals de Mk 6, de Mk 7 en de Mk 9, die qua constructie schatplichtig waren aan Duitse technologie. De Britse M Mk 1 was de standaard drijfmijn van de Tweede Wereldoorlog. Het wapen had een 145- of 227-kg zware Amatol lading. Bij het eind van de oorlog lagen er nog 8948 in Britse wapendepots.

VerliezenEdit

Totaal gingen in de Tweede Wereldoorlog 1316 schepen van de asmogendheden en 1118 geallieerde vaartuigen verloren door mijnen. Deze aantallen mogen gering lijken in het licht van de inspanningen die de strijdende partijen zich getroostten om mijnen te leggen, maar de dreiging van mijnen bepaalde in sterke mate het verloop van scheepvaartroutes.

In augustus 1941 legde een door de Finse marine in de Oostzee gelegd mijnenveld de Oostzeevloot van de Sovjet-Unie lam. In 1942 stoomden in het kader van Operatie Cerberus de Duitse slagkruisers KMS Scharnhorst en KMS Gneisenau met de zware kruiser KMS Prinz Eugen vanuit Brest op via het Kanaal naar Duitsland. Beide slagkruisers werden daarbij beschadigd door mijnen die Britse vliegtuigen hadden afgeworpen in vaargeulen die ten behoeve van deze tocht door bestaande mijnenvelden waren geveegd. Daardoor liep de inzet van de schepen in Noorse wateren vertraging op.

In 1944-'45 legde de blokkade van Japan door Amerikaanse onderzeeërs en uit de lucht afgeworpen mijnenvelden de Japanse scheepvaart lam en zorgde ook voor aanzienlijke verliezen.

LinksEdit

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki